Wij verruilden ons dure koophuis in Amsterdam voor een gehuurde boerderij (300 euro per maand!)

‘Je moet wel buurtmaken,’ sprak een oude buurvrouw op een dag. Ik knikte alsof ik het begreep en rende naar huis om ‘buurtmaken’ te googelen.’

Vijf jaar geleden zag ik een advertentie voor een boerderij in Gelderland. Er zaten drie lege koeienstallen, een boomgaard en nog wat hectares grond bij. En het was te huur voor een bedrag waar je in Amsterdam nog geen parkeerplek voor hebt, 300 euro per maand! Ik belde de makelaar en mocht komen kijken. Toevallig had ik die ochtend een foto gezien van het huisje waarin Roald Dahl zijn boeken schreef. En hier, naast deze oude boerderij stond een bakhuisje dat er sprekend op leek. Ik vertelde de makelaar dat ik kinderboekenschrijfster was en ik zei als grap dat als hij mij de boerderij zou verhuren, ik hem een gesigneerd boek zou geven. Een week later kregen we de sleutel.

Vrienden in Amsterdam reageerden geschrokken, want waar iedereen wel eens droomde over een leven op het land, had niemand mij daar ooit over gehoord. Integendeel, ik hield van de stad. Ik ademde met plezier het fijnstof in van de ringweg aan het eind van de straat, sliep het beste als ik het geluid van de tram hoorde en vond het geen enkel probleem dat ik zelfs na dertig jaar mijn buren niet kende. En nu stond ik op mijn klompen (!) fluitend de appelbomen te snoeien en hield ik niet op met mijn lofuitingen op het landleven. Onze kinderen waren ook niet onverdeeld positief. De oudste twee vonden het ‘iets te landelijk’, de jongste twee waren bang voor muizen en muggen.

Houtkachel

Mijn man en ik daarentegen waren het eerste jaar als een stel verliefde pubers die voor het eerst op vakantie waren. Alles vonden we mooi. Hield ik vroeger niet van de winter, nu genoot ik van de eerste nachtvorst op de sloten en kon ik uren voor de houtkachel zitten en dan rillend naar buiten om hout te hakken. Ik legde een moestuin aan, maakte jam van pruimen uit eigen tuin en goot tien liter vlierbloesemlimonade in flessen.

Buurtmaken

‘Je moet wel buurtmaken,’ sprak een oude buurvrouw op een dag. Ik knikte alsof ik het begreep en rende naar huis om ‘buurtmaken’ te googelen. Het was de bedoeling dat we onze buren uitnodigden, maar niet allemaal. Er was een grote buurt en ene kleine, zo werd ons verteld. Omdat we er maar niet achter kwamen welke buren van oudsher bij onze boerderij hoorden, nodigden we gewoon iedereen uit. Tot grote hilariteit van de buurt, de grote en de kleine.

Buurtmaken blijkt de sleutel tot succes. Mijn man werd al snel uitgenodigd voor de ‘molenborrel’. De mannen uit het buitengebied komen op de eerste zaterdag van de maand bij elkaar in de molen, drinken jenever en bespreken in hun Geldersch dialect de zaken van het dorp.

Omgebouwde schuur

We worden betrokken bij alle feesten en partijen. De buurman die negentig wordt. De overburen die hun veertigjarig huwelijksfeest vieren, de geboorte van een kindje verderop, een zomerfeest omdat het kan. We zingen liedjes op de melodie van daar bij die molen (sic). We zetten Abrahams en ooievaars in de voortuin en hangen rompertjes in de bomen voor elk nieuw kind. We schuiven aan bij verjaardagen waarbij de mannen en vrouwen gescheiden in de kamer zitten. De mannen met jenever, de vrouwen met zoete witte wijn. Aan onze stadsvrienden is bijna niet uit te leggen dat het echt heel erg leuk is om in een omgebouwde schuur de polonaise te dansen. Aan onze vrienden in het dorp is het al helemaal niet uit te leggen dat we in Amsterdam nog nooit bij onze buren op bezoek zijn geweest. 

Zonder moeite gaan we mee in het ritme van de kermis, karbid schieten, de Tupperware-party’s en de jaarlijkse braderie – waarbij ik me zonder dat ik kan zingen opgeef voor het koor van plattelandsvrouwen. Verjaardagen vieren we niet meer met een handjevol vrienden waarvan de helft op het laatste moment afzegt, maar met het halve dorp. We wandelen en fietsen en zwaaien naar iedereen. We zijn ‘de Hollanders’,maar we zijn hier thuis.

Zes boerderijen die bij elkaar horen

Onze vrienden uit de stad komen alleen in de zomer langs, behalve mijn beste vriendin, die elk seizoen hier wil meemaken en die de charme van het platteland wel snapt. Maar wat ze ziet zijn de bomen en de velden, niet de onvoorwaardelijke verbondenheid die hier is. ‘Vroeger,’ zo vertelt, mijn buurvrouw, ‘had je zes boerderijen die bij elkaar hoorden. Als de boer dood ging, dan had je er één nodig om je tijdelijk bedrijf over te nemen en vier om de kist te dragen.’

En misschien zie ik het met mijn stadse ogen veel te rooskleurig, maar die verbondenheid – elkaar nodig hebben – is wat ik in de stad een beetje miste. Hoe mooi het hier ook is, het zijn niet de schitterende sterrenhemels, de roodborstjes voor het raam of het intens beleven van de seizoenen die me gelukkig maken. Nee, het zijn de mensen. In vijf jaar tijd heb ik meer vrienden in het buitengebied dan ik in dertig jaar in Amsterdam heb gekregen.

Soms hoor ik de filemeldingen op de radio. Ik kan daar uren naar luisteren terwijl ik door de velden rijd. Dan rijd ik tussen Loenen en Voorst en vraag ik me af of ik bij het volgende schaap links of rechtsaf zal gaan. Heel af en toe hoor ik over een file bij Twello, dan denk ik, nee, dat ben ik! Mijn file bestaat uit een tractor die van het maisveld naar het aardappelveld rijdt.

Leven met de seizoenen

Is er ook een minpuntje? Zeker. Een hele grote. Aan de rand van ons stuk land wordt een ringweg gebouwd. Eentje waarover straks de auto’s rijden. Een weg die ons afsnijdt van de andere boerderijen. We mopperen en zuchten en klagen spreekwoordelijke steen en been. En dan leren we opnieuw wat het leven op het land anders maakt dan in de stad. Hier leef je met de onvermijdelijkheid van de seizoenen. Oogsten die mislukken, hittegolven, vroege vorst en regenval. Het heeft geen zin om je te verzetten tegen dat waar je geen invloed op hebt. We doen ons best om met een milde glimlach te kijken hoe er nu een viaduct naast onze appelbomen groeit.

KlussenKlussen

Eén reactie

  1. Wow, als ik dat zo lees, dan wil ik dat ook. Die verbondenheid. Ik zoek wel eens naar andere huizen, in een dorp, of eromheen. Maar verbondenheid, dat staat nooit in de beschrijving. Geniet ervan!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s