Dit stel deed het: hij in de stad, zij op het platteland

Fotograaf Robert kan niet aarden op het platteland, zijn vrouw wil nooit meer in de stad wonen. Na een jarenlange zoektocht naar het ideale huis, besluiten ze om op twee plekken te wonen. Hij in de stad, zij buiten en in de weekenden samen.

Uit: Domweg gelukkig op het platteland

Het is maandagochtend en hij is net terug uit Driebergen. Robert (41) zit in zijn fotostudio in een klein straatje in het centrum van Amsterdam. Aan de muur hangen foto’s: portretten van bekende Nederlanders, sporters, modellen, zakenmensen. Foto’s die op de covers van tijdschriften hebben gestaan, reportages, reclamefoto’s. Om bij zijn studio te komen hoeft hij alleen de straat over te steken. Zijn appartement in een negentiende-eeuws pandje ligt er recht tegenover. Alleen twee keer per maand moet hij wat verder reizen. Als hij uit dat andere huis komt. Een Pippi-Langkoushuisje in de bossen van Driebergen. Het huis waar hij niet permanent kan wonen omdat hij maar niet kan wennen aan het buitenleven.

Vrijstaand huisje

Robert is geboren in Den Haag en opgegroeid in Leiden. In de jaren zeventig verhuist hij met zijn ouders naar Oostwoud, een piepklein dorpje in de Noord-Hollandse polder. “We hadden een vrijstaand huisje waar ik als enige van de kinderen ongelukkig was,” vertelt hij. “Misschien dat ik toen al had kunnen weten dat het buitenleven niet bij mij paste. Ik was dertien toen ik verhuisde naar het dorp en dat was net op de leeftijd waarop ik met de fiets de stad in ging om stroopwafelkruimels te kopen op de markt in Leiden. Je had daar ontzettend veel keus in dingen om te doen en opeens woonde ik in een dorpje waar je alleen slootje kunt springen. Een ongelukkige leeftijd om te verhuizen. Maar ik heb een jongere zus en een oudere broer, die vonden het geweldig. Zij wonen daar nog steeds.”

Eenmaal het huis uit gaat hij bij de Marine, werkt om te sparen en koopt een zeiljacht in Griekenland. Zeven jaar lang woont hij op zijn boot op de Middellandse Zee. Een zware storm, die hij nog maar net overleeft, werpt hem op de kust van Tunesië. Het is het einde van zijn zwervend bestaan. 

Amsterdam

“Op mijn dertigste ben ik teruggekomen. Ik ben in de Bijlmer gaan wonen. Ik had helemaal geen geld meer. Ik had geen beroep, want ik had alleen maar rondgezworven. De Bijlmer was de enige plek waar ik een woning kon krijgen en grappig genoeg was ik er helemaal weg van. Ik ben echt door de Bijlmer verknocht geraakt aan Amsterdam.”

Tijdens zijn reis ontmoet hij een fotograaf wiens visitekaartje hij bewaart. Hij belt hem op en vraagt of hij stage mag komen lopen. “Hij had al een assistent, maar ik mocht wel koffie komen zetten.” Hij begint met fotograferen, verkoopt wat foto’s en begint na een half jaar voor zichzelf.

Samenwonen

Op een dag, nu elf jaar geleden, komt hij zijn vrouw tegen, Nienke. “Wij zijn al heel snel getrouwd. Ik woonde in Amsterdam, zij in Utrecht en omdat we wilden samenwonen zijn we een huis gaan zoeken. Het leek ons een goed idee – en daar komt de cruciale fout in mijn leven –om dat halverwege te doen, in het groene hart.”

Wilnis

Het wordt Wilnis, op een plek twee kilometer buiten het dorp. Aan een weg waar een paar boerderijen aan staan en een klein woonbootparkje. “Het was heel idyllisch. Een soort waterbungalow met een grote tuin eromheen. Met uitzicht vanuit de woonkamer over het water. Zij vertrok vanaf daar naar haar werk in Utrecht en ik naar Amsterdam, elke dag.”

Al vrij snel ziet hij in dat de ideale oplossing eigenlijk verre van ideaal is. Hij houdt niet van het buitenleven, zij wil niet terug naar de stad. “Ik verveelde me daar. In het weekend had ik het gevoel dat ik zat te wachten tot het weer maandag was. Vrienden kwamen zelden langs. Ja, op de housewarming party, maar daarna nooit meer. Wilnis klinkt alsof het heel ver weg is. En Amsterdammers gaan sowieso niet graag de stad uit.

Ook de buren maken herrie

En ik ergerde me. Je zit daar omdat het er lekker rustig is, maar ondertussen zijn mensen om je heen alleen maar in de weer met landbouwmachines. Ook de buren maken herrie. Die houden van tuinieren en gaan op zaterdagochtend vrolijk de heg snoeien met zo’n apparaat. En grasmaaien, elk weekend weer. Mijn ergernis zat ook in al die klussen die je moet doen als je buiten woont. Een ander vindt het misschien heerlijk om in zijn tuin te rommelen, maar voor mij was het een gruwel. Als het in de stad mooi weer is, kun je lekker op een terras gaan zitten, op het land moet je dan gras maaien, elk weekend weer.

Wat ik miste aan de stad is vooral de vrijetijdsbesteding. Ik hou ik erg van mensen om me heen. Als ik een beetje ingezakt ben van mijn werk en de studio, dan fiets ik door de stad en laad ik mezelf helemaal op. Of ik ga op een terrasje zitten of naar een museum. Het stadse leven, die veelheid aan keuze, wat ik allemaal kan doen, dat vind ik fijn. Dat geeft me energie. Terwijl je op het platteland alleen maar een beetje met je huishouden bezig bent en je tuin.”

Mijn vrouw vindt het er heerlijk

Op de vraag of zijn vrouw er wel gelukkig was, klinkt een volmondig ‘ja’. “Die vond het heerlijk. Ze genoot echt van het buitenleven. Zij ging ’s morgens, het hele jaar door, met haar kopje koffie naar buiten om op de steiger aan het water te zitten. ’s Avonds ging ze op diezelfde plek mediteren. Zij ergerde zich alleen als de buren muziek aan hadden. Het is grappig hoe je op een andere manier gevoelig bent voor geluid.”

Zijn kleine ergernissen worden grote ergernissen, zijn gemopper wordt onvrede en uiteindelijk ongeluk. Hij wil terug naar de stad, zo ver mogelijk van het platteland vandaan. “Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ze niet naar me luisterde. Ze vond me een mopperkont en dacht dat ik zou blijven mopperen ongeacht waar we woonden. Er heeft bijna een huwelijkscrisis aan te pas moeten komen voordat het duidelijk werd dat ik daar echt weg wilde.”

Speurtocht van tweeëneenhalf jaar

Ze besluiten hun waterbungalow te verkopen en op zoek te gaan naar een huis bij de stad of een huis met een grote tuin in de stad. “Dat is een speurtocht geworden van ruim tweeëneenhalf jaar. Een huis met een tuin in de stad is niet buiten voor haar. En het is ook nog eens onbetaalbaar want iedereen wil een tuintje. Joost mag weten waarom.”

Zunderdorp

Uiteindelijk belanden ze in Zunderdorp, een schattig dorpje met een oude kerk met huisjes eromheen, onder de rook van Amsterdam. Een dorp dat de afgelopen jaren al veel stedelingen heeft zien verschijnen. Robert en zijn vrouw huren er tijdelijk een huis. “Zunderdorp ligt vlak bij Amsterdam. In de zomer kun je het fietsen, maar toch beviel het mij niet. Omdat het niet het stadse leven is. Om Zunderdorp ligt weiland, heel veel weiland. We werden ook niet opgenomen in de gemeenschap. Ik voelde me er helemaal niet welkom. Het is geen kwaadwillendheid van die mensen, maar het is een totaal gesloten dorp. We deelden een voortuin me de buren en zelfs dat contact was sporadisch en altijd op ons initiatief.” 

Zunderdorp is dus niet de oplossing en het wordt steeds duidelijker dat het verschil in wooneisen zo groot is, dat er geen gezamenlijke oplossing lijkt te bestaan. “We huurden het huis maar voor anderhalf jaar. Het was tijdelijk omdat we ons huis hadden verkocht en geen oplossing hadden voor ons stads-plattelandsprobleem. We hebben van alles bekeken. Dijkhuisjes in Amsterdam Noord, vrijstaande huizen, tot huizen met tuintjes in de diamantbuurt, woonboten, alles waar je de stad kon combineren met een beetje vrijheid. Maar het was of voor haar te weinig vrijheid of voor mij te weinig stad. En omdat er oor was voor het probleem, ga je ook weer milder met elkaar om. Je neemt het elkaar minder kwalijk. Ik wilde voorkomen dat we voor veel geld een huis met tuin zouden kopen in de stad en zij daar hartstikke ongelukkig zou zijn, net zoals ik dat was op het platteland. En andersom wilde ik ook niet de fout maken door te denken, ach, Zunderdorp is toch vlak bij de stad.”

Na weer anderhalf jaar zoeken, lijkt het erop dat de locatie waar ze allebei gelukkig kunnen zijn niet bestaat. Wanneer precies het moment er was dat een andere oplossing ter sprake kwam, kan hij zich niet meer herinneren. “Op een gegeven moment begon apart wonen gewoon een van de andere opties te worden. Het is zo’n nijpend probleem, dat je met heel veel creativiteit alle mogelijkheden laat passeren. Dit was er een van, al begon het natuurlijk als een soort laatste redmiddel.”

Apart wonen

Wanneer ze allebei inzien dat ze alles hebben geprobeerd, kiezen ze voor apart wonen. “We hadden een woonboot gezien aan de rand van de stad. Ik merkte dat Nienke daar wel voor in zou zijn, maar die boot was erg duur en ik wist dat het weer een compromis zou zijn waar we geen van beide blij mee waren. Toen ik dat niet wilde, was duidelijk dat we echt alles hadden geprobeerd en dat alleen apart wonen nog restte. Zij buiten, ik in de stad.”

Op twee plekken wonen is niet het einde van de relatie

Vanaf het begin staat vast dat op twee plekken wonen niet het einde van de relatie betekent. “Het is altijd de insteek geweest om bij elkaar te blijven, al heb je natuurlijk wel de angst dat het niet gaat werken.”

Nienke is de eerste die weggaat. “We hadden alletwee een Funda-verslaving gekregen omdat je hoopt iets tegen te komen waarvan je denkt dat het de oplossing is. Maar als je zag wat zij als favoriet had en ik, dan waren dat zulke totaal verschillende dingen. De een zocht stadse dingen, de ander plattelandse. Toen zij eenmaal haar zoekgebied kon uitbreiden omdat het niet meer in de buurt van de stad hoefde te zijn, had ze al heel snel iets gevonden, een huis midden in de bossen van Driebergen.”

Twee maanden later vindt Robert een appartement recht tegenover zijn studio en dan beginnen de onderhandelingen over wie wanneer in de stad is of in de bossen. “Dat is niet vanzelf gegaan,” zegt hij lachend. “Daarover is stevig onderhandeld. Ik wil het liefst op fifty-fifty-basis, maar zij heeft een kat en wil niet drie nachten weg van huis zijn. De strijd is nog niet helemaal gewonnen, maar we proberen het wel.”

Het ene weekend zijn ze samen in Amsterdam, het andere samen in Driebergen. Door de week leven ze alleen. Allebei vinden ze het minder leuk op de plek van de ander, maar ze genieten er ook wel van. “Het is jammer dat de afstand vrij groot is. Dat is misschien raar, want sommige mensen reizen elke dag anderhalf uur heen en anderhalf uur terug, maar we gaan niet zo snel door de week naar elkaar toe. Dat gebeurt eigenlijk nooit.”

Pippi Lankous-huis

Haar huis voelt voor hem vertrouwd omdat zij er woont, maar het voelt niet als zijn huis. “Als zij hier is, dan moet ze een enorme drempel over, maar als ze er eenmaal is vindt ze het wel leuk. Het is ook een beetje ingericht als een hotelsuite. Ik ben heel druk in mijn hoofd dus ik vind het heerlijk als alles strak en rustig is. Ik heb ook geen televisie bijvoorbeeld, terwijl zij echt een Pippi-Langkoushuis heeft, met o-ver-al spullen. Het fijne van apart wonen is dat dat kan. Een ander voordeel is dat je veel bewuster wordt van de tijd die je samen hebt omdat het quality time is.

De weekenden dat ik niet in de stad ben, merk ik opeens pijnlijk wat ik allemaal mis. Dat had ik vroeger allemaal niet, want als je buiten de stad woont wordt je nergens meer voor gevraagd, dat is echt heel opvallend. Als ik nu een weekend buiten de stad ben, mis ik hier allemaal borrels en feesten. In die zin heb ik nog steeds een probleem, alleen heb ik het nog maar half. Alleen in een slechte bui kan ik als een klein kind denken dat alle leuke dingen worden gepland in de weekenden dat ik er niet ben.”

Natuurlijk hebben ze ook wel eens de twijfel of het gaat werken, maar ze vinden het ook mooi en uniek. “En er zijn natuurlijk allerlei dingen die we wel gemeenschappelijk hebben. Wat ik met haar deel, en dat vind ik heel fijn, is tennissen. Dat is lekker buiten, een gezamenlijke activiteit die we delen en waar we ons ook aan vastklampen. Voor haar is het fijn dat het zo buiten is, want we fietsen er naartoe, en voor mij is het leuk omdat er een speels element in zit. En ik ben lekker bezig, dat vind ik veel leuker dan een beetje wandelen.

Parijs

En zo hebben we in de stad het museumbezoek. We houden alle twee heel erg van kunst. En zo sluiten we steeds compromissen. Net zoals zij heel graag op reis wil, maar ik heb al zo veel gereisd in mijn leven dat het voor mij niet meer zo hoeft, maar dan gaan we naar Parijs, dan is zij op reis en ben ik lekker in de stad.

Het is een beetje zoals het poldermodel, helemaal werken doet het misschien niet, maar het is de beste oplossing die je kunt bedenken.”

Uit: Domweg gelukkig op het platteland

TuinTuin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s