Maakt leven met minder spullen gelukkig?

roomwithstuff

 

Maakt een nieuwe televisie gelukkig? Of een nieuwe iPhone, het nieuwe kookboek van Ottolenghi, schoenen van Betsy Palmer, een Audi met verwarmde stoelen? Ja, zeggen de liefhebbers, dat is puur geluk. Nee, zeggen onderzoekers, hoe minder spullen, hoe gelukkiger we zijn.

Volgens psychologen zijn er drie redenen waarom mensen spullen kopen. De eerste is een praktische. Ik koop een televisie omdat ik tv wil kijken. Dat hoeft geen muurvullend monster te zijn met Dolby Surround, als er maar een aan-en-uit-knop op zit.

De tweede reden is dat de spullen laten zien wie wij zijn. Nu wil ik zelf nog niet dood gevonden worden, in een paar UGGs, maar er zijn genoeg vrouwen die ze – zelfs in de zomer! – dragen. Dat zijn echte UGGS-vrouwen. Een mooi voorbeeld is ook de auto die je rijdt. Reclamemakers weten namelijk al lang dat je die niet alleen koopt om zo snel mogelijk van A naar B te komen. Auto’s, telefoon, kleding, het is ook bedoeld om de buitenwereld te laten zien: kijk, dit ben ik.

Pas daarna komen mensen in de gevarenzone van materialisme. Ze kopen elk jaar een nieuwe telefoon, richten hun huis elk jaar opnieuw in en hebben meer cocktailjurkjes in hun kast dan ze uitnodigingen voor feesten krijgen. Ze kopen in een zoektocht naar geluk. Het gevoel van geluk bij elke aankoop is echter van korte duur en wordt nog korter naarmate je meer koopt. Het achterliggende motief van deze ‘koopziekte’ is volgens psychologen een laag zelfbeeld. Hoe slechter iemand over zichzelf denkt, hoe meer hij of zij consumeert.

Nu schuilt er in ieder van ons wel een materialist. Net als met veel andere persoonlijkheidseigenschappen zitten de meeste mensen op een glijdende schaal. Om te meten waar je op die schaal zit, bestaat er een materialismetest. De makers ervan ontdekten dat wie hoog scoort op de materialismeschaal over het algemeen laag scoort op algeheel geluksgevoel. Zijn mensen met veel spullen minder gelukkig? Nee, zo stellig kun je dat niet zeggen. In een wereld waar je de hele dag gebombardeerd wordt met reclame, is het soms moeilijk weerstand bieden. Wat we wel kunnen leren van de sobere consumenten, is dat je je kunt afvragen of je iets echt nodig hebt. Of om met de Japanse opruimgoeroe te spreken: geeft het je een ‘spark of joy’?

Met het boek van Kondo in de hand ben ik een jaar geleden ook zelf door mijn huis gegaan. Bij elk voorwerp moest ik mijzelf afvragen of ik er op dit moment blij van werd. Niet of het sentimentele waarde had (een verwijzing naar vroeger) of dat het later nog van pas zou kunnen komen (een verwijzing naar de toekomst).

En precies zoals Kondo predikte gooide ik alles waar ik niet gelukkig van werd in dozen en bracht ze of weg naar de Kringloopwinkel of zette ze op straat in de ruilkast. Ik leefde met het mantra Huppetee-weg-ermee.

Het resultaat is een huis dat zo leeg is, dat ik er rondjes zou kunnen rolschaatsen. Mensen die op bezoek komen en weten dat ik veel lees en meer dan veertig boeken heb geschreven, kijken verbaasd om zich heen en vragen dan: ‘waar zijn je boeken’? Ik wijs ze op de houten tafel tegen de muur waarop een paar stapels boeken liggen. Boeken die ik zo mooi vond, dat ik ze wilde bewaren. En boeken die ik ergens in het komende jaar nog wil lezen.

Leven met minder spullen maakt ook nog om een andere reden gelukkig. Een paar jaar geleden interviewde ik opruimcoach Joke van den Bogaard (www.ikwilorganizen.nl.). Ze geeft workshops en helpt mensen om weer overzicht en structuur in huis te krijgen. Toen ik haar ooit interviewde vertelde ze dat ze regelmatig bij mensen thuis komt die geen enkele grip meer hebben op de spullen in hun huis. ‘Kom ik de woonkamer binnen, dan zie ik stapels post op tafel, een berg oude kranten op de vloer en spullen op de trap. De woonkamer proberen mensen vaak nog leefbaar te houden, maar eenmaal op de slaapkamer zie je de overdaad aan spullen en de zolder puilt uit.’

Volgens de opruimcoach zit er een probleem achter als een huis uitpuilt van de spullen: ‘Spullen vragen om energie. Je moet ze schoonmaken, opbergen, onderhouden. Wanneer het in je leven even niet zo mee zit, dan heb je die energie gewoon niet. Wanneer iemand verdrietig is of overbelast, dan zie je dat aan een huis. Als je niet goed in je vel zit, zijn te veel spullen echt een last.’

Ze predikt niet dat mensen per se minder spullen moeten kopen, maar dat het aantal spullen in verhouding moet staan tot de hoeveelheid energie die je hebt om er voor te zorgen. Wat je opruimt in je huis, ruim je ook op in je hoofd.

Zonder opruimcoach is het nog behoorlijk lastig om je huis van te veel spullen te ontdoen. Weg doen van spullen levert een spanning op omdat we graag bewaren. We zijn allemaal kleine verzamelaars. De vraag is natuurlijk waar die drang om alles te bewaren vandaan komt.

Het antwoord komt uit onderzoek naar mensen met een dwangmatige neiging om alles te bewaren. Hoarders heten ze in het Engels, hamsteraars. Onderzoek toont aan dat ze emotionele betekenis toekennen aan spullen die voor een ander waardeloos lijken. Te vergelijken met een kind dat bierdoppen verzamelt. Geen ouder die het in zijn hoofd haalt om zo’n verzameling weg te gooien. Hoarders die hun huis volstouwen met pizzadozen of kranten zijn net zo gehecht aan hun bezit als een kind met een verzameling bierdoppen. Weggooien is geen optie.

Een hoarder verzamelt obsessief spullen die in de ogen van anderen troep zijn. Ze zien de schoonheid in van spullen maar zijn slecht in het rubriceren, opbergen of sorteren.

Het blijkt dat er een biologische component is voor verzameldrift. Iedereen koppelt wel eens een emotionele betekenis aan een voorwerp. De gouden ring die je van je grootmoeder kreeg, je eerste zwemdiploma, het heeft voor de een meer betekenis dan voor een ander. Opsessieve verzamelaars kennen die emotionele betekenis toe aan heel veel objecten. En zo wordt een lege whiskyfles ineens een waardevol object. Het weggooien ervan is dan net zo pijnlijk als het weggooien van die gouden ring.

Leven met minder spullen is – Marie Kondo ten spijt – niet makkelijk. Het vergt een grote psychologische inspanning. En of het echt gelukkiger maakt, is maar de vraag. De beginnerscursus leven met minder spullen begint daarom met alles wegdoen waar je zeker geen waarde aan hecht. Dus weg met die hotelzeepjes, lenzendoosjes, sleutels van fietsen die al lang gestolen zijn, kapotte zonnebrillen, 3-D-brillen en handleidingen van telefoons die al lang niet meer bestaan.

Manon Sikkel

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s