Er is een liefde die vriendschap heet

frindship.jpgSommige vriendschappen gaan een leven lang mee. Andere komen en gaan. Waarom word je vrienden met iemand? En hoe veel vrienden heb je nodig?

Vrienden maken was nog nooit zo makkelijk. Na een leuk gesprek op een feestje, kom je thuis en google je de persoon in kwestie. In een paar klikken zijn jullie vrienden op Facebook. Eindeloos veel onderzoeken zijn er geweest naar de betekenissen van deze online vriendschappen en telkens komen de onderzoekers tot dezelfde conclusie. Ook op Facebook hebben mensen niet meer dan een stuk of zeven echte vrienden. De mensen die je in het dagelijks leven tot je echte vrienden mag rekenen zijn op de vingers van een hand – of vooruit, twee– te tellen. Wil je weten wie die vrienden zijn? Dan geldt het adagium In nood leert men zijn vrienden kennen. Echte vrienden zijn de mensen die met een pannetje soep op de stoep staan als je met veertig graden koorts in bed ligt. Die je bellen als je verdrietig, verlaten of eenzaam bent en je beloven dat het allemaal wel goed komt. Het zijn ook de mensen met wie je eindeloze gesprekken kunt voeren of over de grond kunt rollen van het lachen. En wat die vrienden anders maakt dan die vierhonderd Facebook-vrienden? Wederkerige welwillendheid. Dat is volgens veel filosofen de basis van echte vriendschap. Je moet willen geven en kunnen ontvangen.

De Amerikaanse psycholoog Elliot Aronson noemt dat een economisch principe. Je investeert allebei in de vriendschap en je hebt er allebei baat bij.

Toch kent iedereen vrienden die helemaal niet nuttig zijn. Die nooit met het spreekwoordelijke pannetje soep op de stoep staan. Die zelfs je verjaardag vergeten. Het zijn vrienden – en misschien is het er zelfs maar één – die een verlengstuk van jezelf zijn. Een alter ego, of een spiegel waarin je jezelf ziet. In dat opzicht is vriendschap een vorm van liefde.

Het Griekse woord voor vriend, philos, komt van het werkwoord philein, houden van. Maar anders dan in de romantische liefde komt vriendschap altijd van twee kanten. Je kan houden van een man of vrouw die niet van jou houdt. Je kunt zelfs van je familie houden zonder dat zij van jou houden. Maar vrienden die niet van jou houden zijn niet je vrienden.

Volgens de Griekse filosoof Aristoteles zijn er drie soorten vriendschappen. Vriendschappen die nuttig zijn (denk aan het pannetje soep), die aangenaam zijn (omdat de ander prettig gezelschap is) of die goed zijn. En onder goed verstaat hij vriendschappen met mensen die goede eigenschappen hebben. Die loyaal zijn, trouw, eerlijk, bewonderenswaardig. Kortom, iemand die deugt. In de perfecte vriendschap komen alle drie samen. Die vriend die bereid is om je midden in de nacht naar het vliegveld te brengen, met wie je onbedaarlijk kunt lachen en die in wezen een goed mens is. De hoogste vorm van vriendschap is volgens Aristoteles de laatste. Vriendschap met iemand die een goed mens is.

Wederkerigheid, die zo belangrijk is voor vriendschap, is het makkelijkst wanneer het om die hoogste vorm van vriendschap gaat. Bij een nuttige vriendschap kun je zeggen: als jij mijn hond uitlaat, dan zet ik in de vakantie jouw vuilnis buiten. Het voor-wat-hoort-wat-principe klinkt niet zo gezellig, maar is wel de basis van deze soort vriendschap. Bij vriendschappen die om het aangename draaien kun je zeggen: ik wil graag een avond met jou uitgaan omdat je zo’n leuk gezelschap bent. En zo lang die ander het fijn vindt om bij jou te zijn, blijft de vriendschap bestaan. Maar voor een vriend die je om zijn karakter waardeert, is het heel eenvoudig om de vriendschap te blijven beantwoorden.

Vriendschappen die gebaseerd zijn op nut of het aangename zijn vaak tijdelijke verbintenissen.

Uit onderzoek blijkt dat de meeste vriendschappen elke vijf jaar worden vernieuwd. De studievriend waarmee je avonden in het café zat kan vijf jaar later ineens een vage kennis zijn, simpelweg omdat je geen tijd meer hebt om samen uit te gaan. De buurvrouw die altijd voor je klaar stond, kan een vreemde voor je worden zodra je verhuist. Maar de vrienden die je bewondert om wie ze zijn, met wie je belangrijke morele waarden deelt, die staan met een beetje geluk nog aan je sterfbed.

De Nijmeegse filosoof Paul van Tongeren beschrijft in een essay waarom die hoogste vorm van vriendschap een langer leven beschoren is dan de andere twee: ‘Vriendschappen die op nut of genot zijn gebaseerd, zijn ook minder duurzaam dan die welke op morele kwaliteit gebaseerd zijn. Dat is simpelweg het geval omdat die kwaliteiten zelf minder duurzaam zijn. Nuttig ben je door je baan, of door je invloed, of door je geld; aangenaam ben je door je leeftijd, of door je prestaties, of door je schoonheid. Maar die dingen gaan voorbij, of worden minder interessant. (…) Je geld en je invloed zijn alleen maar interessant zolang je die hebt en zolang de ander die kan gebruiken, maar zodra die ander zelf voldoende geld of invloed heeft, vervalt de grond voor de verhouding.’

Morele kwaliteit, zo zegt Van Tongeren, zit in je karakter. Het is niet wat je hebt – geld, connecties, status – maar wie je bent. En hoewel ook dat enigszins veranderlijk is, is het toch veel duurzamer dan alles wat op een of andere manier aan de buitenkant zit. Vriendschappen die gebaseerd zijn op wie je bent zijn daarmee duurzamer dan vriendschappen gebaseerd op wat je doet of wat je hebt.

Mensen met vrienden leven langer. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het hebben van betekenisvolle vriendschappen gelukkig en gezond maakt en dat het je levensduur significant verlengt. Hoewel er al heel lang onderzoek wordt gedaan naar de waarde van vriendschap, is het onderzoek naar de invloed van vriendschap op de gezondheid relatief nieuw.

In 2006 werden de resultaten bekend gemaakt van een groot Amerikaans onderzoek onder drieduizend verpleegsters met borstkanker. De vrouwen zonder hechte vriendschappen hadden een vier keer zo grote kans om te sterven aan de aandoening dan vrouwen met tien of meer vrienden. Opvallend was dat het niet uitmaakte hoe vaak de vrouwen hun vrienden en vriendinnen zagen. Ze konden zelfs aan de andere kant van het land wonen, maar het feit dat ze zo veel vrienden hadden hing al samen met een grotere kans op genezing. Of de vrouwen een vaste partner hadden, had geen invloed op het genezingsproces.

Een Zweeds onderzoek naar risico op hart- en vaatziekten bij mannen van middelbare leeftijd toonde aan dat het niet hebben van hechte vriendschappen evenveel risico met zich meebracht als roken.

Ook uit andere onderzoeken blijkt het gezondheidseffect van vriendschappen. Zo zijn mensen met veel vrienden minder vaak verkouden dan mensen zonder vrienden. Overigens hebben onderzoekers geen sluitende verklaring voor de gevonden resultaten. Noch bij de vrouwen met borstkanker, noch bij de mannen met hartklachten deed het er toe of hun vrienden dichtbij woonden. Als ze maar ergens vrienden hadden.

Vrienden zorgen er voor dat je langer en gezonder leeft. En het leven zelf lijkt zelfs makkelijker. Vorig jaar deden Amerikaanse psychologen een grappig experiment met studenten. De proefpersonen werden onder aan een hoge berg gezet en kregen een zware rugzak om en de opdracht om de berg te beklimmen. Vervolgens moesten ze schatten hoe hoog de berg was. Sommige studenten moesten de schatting maken terwijl ze alleen waren, anderen hadden hun beste vriend of vriendin naast zich. De studenten die in gezelschap waren van een vriend schatten de berg aanzienlijk lager in dan de studenten die alleen waren. De conclusie van de onderzoekers was dat vriendschap het gevoel geeft dat je het niet alleen hoeft te doen en daardoor zelfs de grootste obstakels kleiner lijken.

Maar niet alleen de obstakels, ook de overwinningen zijn beter te hanteren in gezelschap van vrienden. Een nieuwe liefde, een nieuwe baan, een nieuw huis, de geboorte van je kinderen, uit eten in je lievelingsrestaurant, het is bijna ondenkbaar dat je dat niet met vrienden deelt.

Met zo veel voordelen, zou je gek zijn om geen vrienden te hebben. Bestaan er mensen zonder vrienden? Ja, die zijn er, maar ze zijn in de minderheid. Mensen hebben namelijk een natuurlijke drang om sociale verbintenissen aan te gaan. De mens is een groepsdier. De Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister introduceerde eind vorige eeuw de term the need to belong, de behoefte om ergens bij te horen. Die drang om ergens bij te horen is volgens Baumeister genetisch bepaald. Het is het overlevingsmechanisme van de mens geweest. Evolutionair psychologen verwijzen altijd graag naar de tijd dat mannen buiten in het veld op jacht waren en de vrouwen binnen voor de kinderen zorgden, maar ook zonder te verwijzen naar de oertijd, snap je dat mensen niet konden overleven zonder elkaars hulp. Deel uitmaken van een vriendennetwerk vermindert stress. Het geeft een gevoel van geborgenheid dat nodig is om te overleven.

Als vriendschap zo belangrijk is, is het dan niet handig om er zo veel mogelijk te hebben? Leef je extra lang en extra gelukkig als je vijfhonderd vrienden hebt? Wellicht, maar dat is niet te onderzoeken omdat niemand vijfhonderd vrienden hééft. Onzin, zeggen de Facebookers onder ons dan, want zij hebben soms wel duizend vrienden. In de echte wereld, zo zegt de Engelse evolutionair bioloog Robin Dunbar, is het niet mogelijk om eindeloos veel vrienden te hebben. Dunbar doet al jaren onderzoek naar het aantal vrienden dat mensen hebben en hij kwam tot de conclusie dat de meeste mensen slechts twee tot tien dierbare vrienden hebben. Hechte vriendschappen vragen om een investering in tijd en aandacht. Ook als je zou willen, heb je geen tijd om meer dan tien vriendschappen te onderhouden, zo blijkt. Voor elke nieuwe vriend die erbij komt, valt er een ander af. Simpelweg omdat de aandacht voor de een ten koste gaat van de ander.

De kwaliteit van een vriendschap wordt volgens Dunbar bepaald door de tijd die we erin investeren. Meer dan vijf beste vrienden hebben is onmogelijk, zegt Dunbar. Er vanuit gaande dat je elk van die vrienden regelmatig face-to-face ziet, wat noodzakelijk is om de vriendschap te onderhouden. De meeste mensen hebben nu eenmaal beperkte tijd en om vriendschappen te onderhouden is tijd nodig. Ook onze hersenen kunnen meer vrienden niet aan. Elke vriendschap vraagt namelijk geheugencapaciteit. Zo moet je onthouden wanneer je vrienden jarig zijn, waar ze werken, hoe hun partners of familieleden heten, waar ze wonen en zelfs wat hun vakantieplannen zijn. Maar het is niet alleen basisinformatie die je moet onthouden, je moet ook emotionele data opslaan. Meeleven met je vrienden als ze verliefd, blij, droevig of angstig zijn. Dat meeleven kost ook verwerkingscapaciteit. Volgens Dunbar kunnen onze hersenen niet meer informatie onthouden dan al deze gegevens van maximaal tien of misschien vijftien mensen.

De vijf mensen die je echte vrienden zijn, zijn de mensen waar je gemiddeld een keer per week contact mee hebt. Met ongeveer tien mensen heb je een keer per maand vriendschappelijk contact. Daarnaast hebben mensen gemiddeld een groep van vijftig mensen om zich heen die ze misschien ook hun vrienden noemen, maar die vooral kennissen zijn, buren of dierbare collega’s met wie je een keer per maand betekenisvol, persoonlijk contact hebt. Elk jaar dat je iemand niet in levende lijve ziet neemt de emotionele band met vijftien procent af, zegt Dunbar. Dat is ook de reden waarom vriendschappen verwateren. Omdat er geen tijd is om elkaar te zien en hoe minder vaak je elkaar ziet, hoe minder sterk de emotionele band. Om vriendschappen te onderhouden is fysiek contact nodig. Je moet elkaar in de ogen kunnen kijken, elkaar kunnen aanraken en elkaars stem kunnen horen.

Wetende dat vrienden nuttig zijn en aangenaam en dat het gezond is om vrienden te hebben, blijft de vraag hoe vriendschap ontstaat. Vriendschap moet groeien, wordt gezegd. Maar iedereen kent die ene vriend of vriendin bij wie het vriendschap op het eerste gezicht was. Alsof je elkaar al jaren kent. Om vrienden te worden is het nodig om persoonlijke informatie te delen. Je moet jezelf open stellen voor de ander, vertellen wat je dwars zit, wat je bezighoudt. En de ander moet dat op zijn of haar beurt ook doen. Zonder je diepste gevoelens, angsten of verlangens te delen kan er geen intimiteit ontstaan en zonder intimiteit is er geen vriendschap mogelijk. En omdat jezelf open stellen kwetsbaar maakt, moet je je veilig voelen bij die ander. Er op kunnen vertrouwen dat je ‘geheimen’ in goed handen zijn bij die ander.

Het ontstaan van vriendschappen is net zo complex als het ontstaan van liefdesrelaties. Soms kun je je alleen maar verbazen over waarom je wel verliefd wordt op de een en niet op de ander. Zoals je niet altijd snapt waarom je wel bevriend bent met persoon A en niet met persoon B. Het antwoord is helaas veel prozaïscher dan we kunnen hopen. De beste voorspeller is nabijheid. In een Amerikaans onderzoek werden bewoners van een appartementencomplex van twee verdiepingen langdurig bestudeerd om te zien hoe vriendschapsbanden ontstonden. De mensen van de begane grond raakten eerder bevriend met elkaar dan met de mensen die op de eerste etage woonden. Op de eerste etage ontstonden ook onderlinge vriendschappen. Alleen de mensen op de begane grond die vlak bij de brievenbussen woonden hadden een grotere kans om bevriend te raken met zowel de bewoners van de begane grond als met de mensen van de eerste verdieping.

Niet alleen nabijheid is een voorspeller voor het ontstaan van vriendschappen, ook onze sociale groep is dat. De beste voorspeller voor vriendschap is als iemand uit dezelfde sociale groep komt als jij zelf. Daarom ontstaan er vaak vriendschappen op plekken die onze sociale identiteit bevestigen. In het leven speel je verschillende rollen. Zo kun je vader zijn en geliefde, een uitstekend tennisspeler, dol op lezen, bergbeklimmer en politiek links georiënteerd. Het kan zijn dat je beste vriendin dan een vrouw is die kinderen haat, onsportief is, rookt als een ketter en ultrarechts stemt. De kans is alleen groter dat onze beste vriend iemand is die ons voortdurend bevestigt. Die als een fijne spiegel is en ons laat zien dat de keuzes die wij maken in het leven en de rollen die we spelen, de juiste zijn. Als je dan ook nog bereid bent om elkaar elke week te zien, persoonlijke informatie uit te wisselen, met elkaar mee te leven, elkaar te bewonderen en in tijden van nood er voor elkaar te zijn, dan hoef je niet verder te zoeken. Dan is dat liefde die vriendschap heet.

Door: Manon Sikkel

Ook gepubliceerd in Quest Psychologie 2012

Advertenties

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s