Hieraan herken je een privé detective

detectiveHij is geen dikke man met een morsig overhemd, die met een plastic bekertje koffie op zijn bureau zit te wachten op een klant. Die als hij geluk heeft met zijn telelens foto’s mag maken van overspelige echtgenoten. Privé-detective is een serieus beroep. Het zijn er zo’n duizend in Nederland en sinds kort moeten ze zich houden aan strenge regels.

Privé-detectives bestaan alleen in boeken en films. In gewoon Nederlands heten ze particulier rechercheur, al is privé-detective natuurlijk een veel leuker woord. Beelden van Miss Marple en Philip Marlowe achtervolgen de branche al jaren. “Elke journalist wil mij fotograferen in een regenjas achter een boom,” vertelt de eigenaar van een van de grootste recherchebureaus van Nederland. En de klanten zijn, anders dan op tv, niet de mensen die op eigen houtje een moordzaak willen oplossen. De meest gerenommeerde bedrijven schakelen recherchebureaus in, om onderzoek te doen naar toekomstige werknemers bijvoorbeeld of voor het oplossen van interne diefstal. Een makelaar die op zoek is naar illegale onderhuurders, een ondernemer die vermoedt dat er informatie lekt naar zijn concurrent of een vrouw die met harde bewijzen wil aantonen dat een sportschoolhouder haar seksueel intimideert.

Er zijn in Nederland 282 particuliere recherchebureaus. Variërend van eenmanszaken tot kantoren met meer dan zestig mensen. Elk bureau en elke rechercheur wordt vooraf gescreend door het Ministerie van Justitie, die ook de vergunningen uitgeeft. Deze wordt op persoonlijke titel uitgegeven en alleen als de detective eerst een erkende opleiding volgt.

In principe heeft een particuliere rechercheur dezelfde plichten en rechten als elke burger. Hij is de oren en ogen van zijn opdrachtgever. In het Tijdschrift voor de Politie stond ooit dat er “weinig tactieken en technieken over zijn waarin de particuliere recherche in de politie haar meerdere moet erkennen”. Toch mag een privé-detective niet dezelfde onderzoeksmethoden gebruiken als de politie. Een telefoon aftappen mag niet. Een gesprek opnemen alleen zolang hij er zelf aan deelneemt. Fotograferen mag ook, zolang het in een openbare gelegenheid is. En als iemand vergeet zijn gordijnen dicht te doen ’s avonds, mag de detective vanaf de straat observeren. Maar hij mag niet door het keukenraam naar binnen sluipen om daar een foto te maken.

Lange tijd was er te weinig toezicht op de branche. De Raad van Hoofdcommissarissen en de Vereniging van Particuliere Beveiligingsbureaus en recherchebureaus (VPB) maakten zich zorgen over wildgroei van privé-speurders en stelden een onderzoek voor naar hun werkwijze. Twee jaar geleden presenteerde de minister van Justitie het daaruit voortgekomen rapport Particuliere Recherche: werkwijze en informatiestromen. Volgens het rapport werd er onvoldoende controle uitgevoerd, werden boetes zelden opgelegd en vergunningen vrijwel nooit ingetrokken. Reden voor de minister dus om daar verandering in te brengen. Er moest een regeling komen voor particuliere rechercheurs, net zo duidelijk als de regels waar de politie zich aan moet houden bij opsporing. Daarom heeft het Ministerie van Justitie dit jaar een strenge gedragscode verplicht gesteld.

In de gedragscode, opgesteld door de VPB en goedgekeurd door het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), staan voor het eerst duidelijke normen voor privé-detectives. In eerste instantie was de code alleen bedoeld voor de achtentwintig bureaus die waren aangesloten bij de branchevereniging, maar vanaf 1 juni dit jaar moeten alle particuliere recherchebureaus zich eraan houden. En wie dat niet doet, raakt zijn vergunning kwijt.

Peter R. de Vries – om maar iemand te noemen – valt niet onder de gedragscode, maar kan zich vrijwillig aansluiten. Het Ministerie van Justitie overweegt om de privacygedragscode voor alle particuliere onderzoekers verplicht te stellen.

Voor veel bureaus is de privacy gedragscode eigenlijk niet meer dan een bevestiging van de normen die er toch al waren. Maar er waren ook bureaus die zich nog verscholen achter een grijs gebied. Leo Nuis, raadsheer bij het Amsterdamse Hof, onderzocht onlangs hoe rechters omgaan met de resultaten van privé-speurders in strafzaken. En hoewel slechts een zeer klein deel van de particuliere onderzoeken bij de politie of strafrechter terechtkomen, verbaast Nuis zich erover dat als het gebeurt, rechters zelden vraagtekens zetten bij door privé-speurders aangeleverd bewijsmateriaal.

Maar sinds het verplicht stellen van de privacygedragscode is er weinig aanleiding om te twijfelen aan de onderzoeksmethoden van privé-detectives. De privacygedragscode bevat immers strenge normen voor onder andere observatie, het meeluisteren en opnemen van telefoongesprekken, onderzoek via e-mailverkeer en proefaankopen.

Privé-detectives zijn voortaan gebonden aan de hulpmiddelen die in de gedragscode worden genoemd. Hulpmiddelen die de zintuigen versterken, zoals een verrekijker of een telelens, zijn toegestaan. Een GPS (Global Position System) slechts in beperkte mate. Je mag wel een GPS-zender onder de bumper van een bedrijfsauto plakken, maar niet in de kraag van iemands jas. In de gedragscode staat verder heel duidelijk dat iemand die geobserveerd wordt onbevangen zichzelf moet kunnen zijn. Dat betekent dat je een dag lang gevolgd kan worden door een privé-detective, maar dat je ervan uit moet kunnen gaan dat er geen camera’s in het plafond zijn geschroefd van de wc of je hotelkamer.

Elly was een van de eerste vrouwelijke politieagentes in Amsterdam. Samen met haar man, oud-commissaris, richtte ze een detectivebureau op naar Amerikaans voorbeeld.

“Mijn man had in Amerika een opleiding bij de FBI gedaan. Toen hij terugkwam zei hij: ‘Al die mensen beginnen daar een eigen detectivebureau. Als ik gepensioneerd ben, ga ik dat ook doen.’ In 1983 zijn we begonnen. We zijn samen aan de keukentafel gaan zitten om een naam te verzinnen, Toorenaar Commercial Crime Bureau. Daarna ging het eigenlijk vanzelf.

Onze allereerste zaak vergeet ik nooit. We moesten een klus doen voor een meneer met een enorme villa in het Gooi. Die mensen woonden zo groot. Mijn hele flat kon in die kamer draaien. Op een gegeven moment vraagt hij: ‘Wat kost dat?’ Mijn man en ik keken elkaar aan. Daar hadden we nog niet over nagedacht. ‘Wat denkt u zelf?’ vraag ik. ‘Duizend gulden,’ antwoordt hij. ‘Nou maakt u daar maar het dubbele van,’ zeg ik. Op de oprijlaan hebben we zitten gillen van de lach.

Waarom mensen naar een detective gaan en niet naar de politie? Omdat ze zich generen. Omdat ze geen dingen in de krant willen hebben of omdat ze denken dat de politie toch niets kan doen. Ik heb wel eens met drie man zestig uur gepost bij het huis van een stalker. De politie heeft daar geen tijd voor. Het kan ook zijn dat de politie een zaak al heeft opgegeven. Een diefstal of een vermissing die ze niet hebben kunnen oplossen. En je moet ook bedenken dat bij de politie elk half uur weer een nieuwe zaak binnenkomt. Als ik iets krijg, stort ik me daar helemaal op.

Sinds mijn man overleden is, doe ik het alleen. Mijn vergunning is pas nog verlengd, dus ik kan nog even door. Ik klim niet meer in bomen en ik kruip niet meer door bosjes. Maar als je de humor ervan kan inzien, is dit een kostelijk vak. Zo werd ik een keer gebeld door een man met een dochter van dik in de dertig. Hij zegt: ‘Mijn dochter heeft een vriend en die vertrouw ik niet’. Blijkt die jongen tien jaar daarvoor vastgezeten te hebben voor diamantsmokkel. Twee maanden later word ik gebeld door iemand die zegt: ‘Ik heb een schoonvader en die vertrouw ik niet’. Blijkt dat diezelfde jongen te zijn. Toen zei ik: ‘Meneer, dan moet u een ander bureau hebben’.

Een tijdje geleden had ik een Marokkaans gezin. Vader en moeder waren in alle staten want hun oudste dochter was ontvoerd. Tenminste, dat dachten ze. Ze was niet meer op haar werk verschenen en haar auto stond er nog. Toen ik navraag ging doen, bleek dat een mannelijke collega ook niet meer was teruggekomen. Dat meisje zat in Engeland met die jongen. Dan heb je een probleem. Als je zo’n meisje vindt, ga je natuurlijk niet gelijk tegen die ouders zeggen waar ze zit. Dan ga je eerst uitzoeken wat er aan de hand is. Het bleek dat haar ouders haar wilden uithuwelijken aan een oude ijzigerd in Marokko. Ik heb tegen die ouders gezegd dat ik haar had gevonden en dat het goed met haar ging. Tegen dat meisje heb ik gezegd dat ze een keer in de veertien dagen haar moeder moest bellen. Zo is het afgelopen. Die ouders waren toch blij, ook al had ik haar niet teruggebracht.

Soms moet je hele toneelstukken spelen om iemand te zoeken. Ik ben nooit betrapt. Ik heb wel eens een narrow escape gehad, maar ik praat me overal wel uit. Mij verdenken ze nooit, want als je je schoudertas in je hand houdt, dan denken ze dat je uit het bejaardentehuis komt. Ik heb ooit eens verteld dat ik van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen was. Dat ik het zo’n mooi gebouw vond en of ik even mocht rondkijken. Ja hoor, dat mocht. Ik heb ook een keer een oud-collega uit mijn politietijd laten posten. Die zat dagen achter elkaar in een auto op een woonerf. Zoiets valt natuurlijk op. Komt er iemand naar haar toe die zegt: ‘Mevrouw, wat doet u hier?’ Zegt ze: ‘Ik ben van de gemeente. We willen hier parkeermeters neerzetten en ik ben auto’s aan het turven’.

Elke zaak is anders, maar het moeilijkste is om erachter te komen of je voor de goede partij werkt. Als een klant me niet bevalt, dan doe ik het niet. Privé-detective, dat zeg ik nooit. Ik zeg altijd: ‘Ik ben mevrouw Toorenaar. Ik heb een detectivebureau’.”

Danny, privé-detective nr. 992733.

“Ik ben vrij atletisch en vind het leuk om in een boom te klimmen. Ook heb ik wel eens in Vinkeveen in een gecamoufleerde kano gelegen. Wie heeft nou zulk werk? Wat lastig is, is lang achter elkaar posten. Als je de hele tijd één deur in de gaten moet houden, word je sneeuwblind. Daarom laat ik vaak een videocamera meedraaien, zodat ik later nog kan zien of ik iets heb gemist. Ik loop ook wel eens verkleed als toerist door de stad. Dan kun je de hele dag op een brug staan filmen zonder dat het echt opvalt. Woonwijken met rijtjeshuizen zijn het moeilijkst om te posten. Iedereen kent elkaar daar. Zet je je auto neer, kijkt iedereen tegelijk naar buiten. Hé, een vreemde auto. Dat kun je maar een keer doen, want als die auto er de volgende dag weer staat, dan worden ze achterdochtig.

Ik doe van alles, alimentatiezaken, ziekteverzuim, fraude in het bedrijfsleven, oplichting, familiezaken. Maar ik meng me niet meer in allochtone relatiekwesties. Familie-eer, daar ga ik niet meer tussen zitten. Ik heb ook vaste klanten. Zoals een man die zo bang is dat zijn vrouw vreemdgaat, dat hij mij af en toe inschakelt om haar te achtervolgen. Dan sta ik ’s ochtends bij het schoolplein, loop ik ’s middags achter haar aan door de PC Hooftstraat en sta ik aan het eind van de dag naast haar bij Albert Heijn. Dan is mijn klant weer helemaal gerustgesteld. Overspelzaken komen in Amerika veel vaker voor dan hier. Maar dat land is ook heel puriteins. Als mensen hiervoor al bij mij komen, willen ze vaak alleen maar weten of het zo is. Ze hoeven geen obscene details. Maar het zijn lastige zaken voor een detective, want het is vaak heel emotioneel.

Fraudezaken in bedrijven doe ik ook. En ziekteverzuim. Dan gaat het natuurlijk niet om iemand die te lang met een griepje op de bank ligt, maar om economische delicten. Iemand die zich ziek heeft gemeld en ondertussen met spullen van de zaak een eigen bedrijfje is begonnen.

Alles wat je met je ogen ziet, mag je opschrijven en wat je met je oren hoort ook. Ik heb een observatiebus met spiegelende ruiten. Daar mag ik in gaan zitten posten. Maar ik mag niet met een richtmicrofoon voor een kantoor gaan staan om een gesprek op de elfde verdieping af te luisteren. Je kunt het natuurlijk doen, maar in een rechtszaak kun je het niet opvoeren als bewijsmateriaal. Als je je niet aan de regels houdt, raak je je vergunning kwijt. Ieder jaar moet ik verslag doen bij de burgemeester van Amsterdam en het Ministerie van Justitie. Daar moet in staan wat voor soort klanten ik heb gehad en hoeveel zaken ik heb overgedragen aan de politie.

In  de fantasie van veel mensen is het kantoor van een privé-detective een rokerig hok, met een deur van matglas en een mooie secretaresse. De werkelijkheid is anders. Ik hoef geen plaksnor op te doen om me te vermommen. Daar heb ik andere manieren voor.”

Detective Hoffmann

Hij was de eerste privé-detective van Nederland die zich toelegde op bedrijfsrecherche. In 1962 begon hij zijn bureau in de Deurloostraat, dat later uitgroeide tot een van de grootste particuliere recherchebureaus van Nederland.

“Toen ik begon, bestond negenennegentig procent nog uit echtscheidingszaken. Zelf kwam ik uit de im- en export en ik kende de problemen van de verdwenen goederen en de firma’s die alleen op papier bestonden. Een vergunningsstelsel voor detectives zoals dat hier sinds 1997 geldt, had je toen nog niet. Je stapte gewoon in je auto en ging met mensen praten.

De meeste zaken die ik doe gaan om geld dat verdwijnt, goederen, gegevens en werktijd. En bij dat laatste moet je niet denken aan iemand die onder werktijd zijn vakantie zit te boeken via internet, maar aan echte tijddiefstal. Iemand die in de buitendienst werkt en die regelmatig onvindbaar is.

Bij grote bedragen die verdwijnen denken mensen altijd die man is van de aardbodem verdwenen en die centen ook. Maar dat geld is gewoon ergens geparkeerd. Als je goed zoekt, kun je dat terugvinden. En daarom komen mensen bij mij. Zo’n oplichter gaat misschien een half jaartje op vakantie, maar daarna gaat ie gewoon weer door. Die speelt hetzelfde spelletje, via vaste routes. De wereld is bijzonder klein. En dat is in het voordeel van de eerlijke mensen.

Het voordeel van iedereen die lang in een vak zit, is dat je alles een keer hebt zien langskomen. Elke succesvolle oplichter, weet ik, daar gaat onze hoed voor omhoog. Die weet wel hoe hij mensen moeten bespelen. U heeft bijvoorbeeld net uw man verloren en u heeft een sterke schouder nodig, iemand die u wel helpt met de financiën. Of u heeft een aardige zaak opgebouwd. U heeft drie groentewinkels, maar wilt u dat nou allemaal nalaten aan uw zoon? Nee, u moet beslist uw geld in de internationale cacaohandel steken, zegt de oplichter.

En een goeie oplichter nodigt u natuurlijk niet uit bij MacDonalds. Die neemt u mee naar het Hilton. De oplichting begint vaak heel geraffineerd. U mag bijvoorbeeld tegen niemand vertellen dat u aandelen heeft gekocht in een zoutmijn in Zuid-Amerika, want uw vrienden gunnen het u niet dat u nu het grote geld verdient. Zo begint het, en dat wordt vakkundig opgebouwd onder grote psychologische druk.

In de veertig jaar dat ik dit werk doe, heb ik alles al een keer meegemaakt, alleen in andere combinaties. Maar het systeem is hetzelfde. Iemand wil op de eerste rij zitten op het nummertje van een ander.

Opdrachtgevers zijn vaak verbaasd als ik vertel wie de fraudeur is in een bedrijf. ‘We hebben u gekozen omdat u een goede reputatie hebt’, zeggen ze dan, ‘maar waar u nu mee aankomt, dat kan echt niet, meneer’. Ze zijn ook vaak teleurgesteld. ‘Van hem had ik het nooit verwacht. Laatst toen z’n vrouw ziek was, heb ik ‘m nog drie weken vrijgegeven en nu is ie er met de kas vandoor’.

De persoonlijke schande van oplichting is groot. Je hebt jezelf onder druk laten zetten. Mensen vertellen dat niet snel aan hun familie en naar de politie durven ze vaak ook niet. Hier zeggen we: ‘U bent bedonderd en wij doen ons best om het geld voor u terug te vinden’.”

Door: Manon Sikkel

Ook gepubliceerd in Het Parool 2004

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s