De week van het toeval

toeval Llywelyn NysVijf jaar geleden liet ik een week lang het toeval toe in mijn leven en viel van de ene verrassing in de andere. Dit jaar is er niet een dag, maar een week van het toeval. Van 16 t/m 20 mei is alle, maar dan ook alles toevallig!

Toeval bestaat niet, zeggen mensen. Dat is onzin, toeval bestaat alleen maar. Als ik tijdens mijn studie niet net mijn fiets op dezelfde brug had gezet als die leuke jongen, dan woonde ik nu niet met hem samen. En als ik op de huizenveiling niet net op het juiste moment mijn hand omhoog had gestoken, had ik nu niet dat geweldige huis gehad. Mijn leven lang lacht het geluk mij toe. Dat heb ik altijd aan het toeval toegeschreven. Maar volgens de Engelse hoogleraar psychologie Richard Wiseman heb ik dat geluk vooral te danken aan het feit dat ik het toeval toelaat in mijn leven.

Al meer dan tien jaar ondervraagt Wiseman mensen die veel geluk hebben in het leven of juist buitensporig veel pech. Het grote verschil tussen de geluks- en de pechvogels is volgens hem dat de geluksvogels bereid zijn het toeval toe te laten. Door hun open blik zien ze eerder kansen liggen.

Wiseman deed een experiment met een extreme pechvogel, Brenda, en een geluksvogel, Martin. Brenda trekt het ongeluk aan, vindt zij zelf. Op de dag dat het gips van haar gebroken pols wordt gehaald, struikelt ze en breekt haar andere pols. Haar carrière is een aaneenschakeling van ongelukkige gebeurtenissen en ook in de liefde kiest ze, toevallig, altijd de verkeerde. Martin daarentegen lijkt voor het geluk geboren. Het winnen van zeven miljoen pond in de loterij is slechts een van de goede dingen die hem – toevallig – overkwamen.

In het experiment van Wiseman krijgen Martin en Brenda een uitnodiging om naar een café te komen. Voor de deur hebben de onderzoekers een briefje van vijf pond gelegd. Binnen zijn alle tafels bezet door bekenden van de onderzoekers. Beide proefpersonen worden buiten hun weten gefilmd. Martin raapt het briefje van vijf op, schuift aan bij een van de tafels en raakt in een geanimeerd gesprek. Wanneer Wiseman hem aan het eind van de dag vraagt of er die dag nog iets bijzonders is gebeurd, vertelt Martin enthousiast over het gevonden geld en de leuke ontmoeting.

Brenda daarentegen stapt blind over het geldbriefje, schuift wel aan bij dezelfde man maar spreekt hem niet aan en mist daardoor ook een leuk gesprek. Aan het eind van de dag vertelt ze Wiseman dat het een dag is geweest zoals alle andere. Wisemans conclusie luidt: beide personen hadden dezelfde kansen, maar Martin zag die kansen wel en Brenda niet.

Zoals veel geluksvogels is Martin ervan overtuigd dat het geluk hem komt aanwaaien. Maar volgens Wiseman is dat schijnbaar gelukkige toeval het resultaat van zijn eigen gedrag. Door de manier waarop Martin denkt en zich gedraagt maakt hij meer kans dan anderen om het gelukkige toeval te creëren, te zien en aan te grijpen. Door open te staan voor nieuwe ervaringen trekken we het geluk aan, zegt Wiseman.

Ik besluit een persoonlijk experiment te doen. Een week lang zal ik de routine loslaten en mijn leven overgeven aan het toeval. Van geluk kun je nooit genoeg hebben. Bovendien ben ik nieuwsgierig naar wat een leven vol toeval me brengt. Op maandagmiddag vijf uur begint mijn experiment. Het is het moment van de week waarop ik normaal gesproken overschakel op de automatische piloot. Om vijf uur weet ik al waar ik om zes uur mijn boodschappen haal, wat ik kook en hoe mijn avondprogramma eruitziet.

Maar nu loop ik naar het station aan het eind van mijn straat en loop met mijn ov-chipkaart naar het eerste perron. Ik besluit de eerste trein te nemen die aankomt en tot de eindhalte te blijven zitten. Het wordt de trein naar Uitgeest, Noord-Holland. In de trein zet ik mijn iPod op shuffle en laat me verrassen door mijn eigen eclectische muzieksmaak. Terwijl ik normaal gesproken dezelfde afspeellijst op herhaling heb staan. Om me heen zitten forenzen, weggedoken in hun Metro en Spits. Ik grijns; het voelt alsof ik spijbel van mijn normale leven.

Ik pak mijn telefoon en twitter: ‘Wie wil er morgen met mij lunchen?’ Binnen vijf minuten heb ik antwoord van een wildvreemde vrouw: ‘Morgen om half een bij de Rederij,’ schrijft ze. Ik antwoord dat ik er zal zijn, waar de Rederij ook is. Die blijkt in Leuven te zijn, 220 kilometer verderop. ‘Geen probleem,’ schrijf ik, ‘ik heb altijd al naar Leuven gewild.’

In Uitgeest stap ik uit. Er hangt een bordje op het station met de tekst: ‘Welkom op dit station.’ Ik vermoed dat de meeste forenzen dit bordje nooit hebben opgemerkt. Door me te verplaatsen zonder doel is het alsof mijn zintuigen twee keer zoveel waarnemen. Maar wat moet ik nu in Uitgeest? Het dorp Heiloo ligt dichtbij, zo blijkt. Ik heb oude vrienden die daar jaren geleden zijn gaan wonen. Tot mijn spijt bezoek ik ze nooit. Maar het toeval brengt me nu naar hen toe.

Nooit sta ik om zes uur onverwacht bij iemand op de stoep. Ze zijn enorm verrast. Ik blijf eten en mijn experiment is aanleiding voor geweldige gesprekken over hoe we ons leven allemaal laten leiden door routine, waardoor er nooit meer iets onverwachts gebeurt. We proosten op oude vriendschap en hoe het toeval ons weer bij elkaar bracht.

Wanneer ik rond middernacht van het station naar mijn eigen huis loop, zie ik een vage bekende in het cafeetje op de hoek staan. Ik gooi een muntje op. Kop betekent naar binnen gaan. De vage bekende kijkt blij op. Hij vraagt wat ik wil drinken. ‘Verras me,’ zeg ik. En zo zit ik op een maandagavond met een glas pastis op een winderig terras. Twee mannen schuiven bij ons aan tafel. Ik vertel over mijn experiment en dat ik elke dag het toeval op een andere manier wil toelaten. Met muntjes gooien, dobbelstenen werpen, een vreemde volgen, en door een dag alleen maar ja te zeggen. Een van de mannen is een student van 24. Gezien de toevallige ontmoeting heeft hij een voorstel: ‘Spring straks bij mij achter op de fiets en slaap vannacht bij mij.’ Ik moet lachen. Ik vertel hem dat dit helaas niet de dag is dat ik overal ja op zeg, maar dat ik gevleid ben.

De volgende ochtend neem ik de trein naar Leuven. Op een plein in de zon zit de vrouw die ik niet ken. Ze is schrijfster. We blijken een gemeenschappelijke vriendin te hebben. Ik laat haar alles bestellen, en met het opgooien van muntjes bepalen we daarna wie welk broodje gaat eten. We wandelen door het oude universiteitsstadje, langs een prachtig begijnhof, door steegjes met trappetjes en kletsen over het leven in Vlaanderen, over boeken en over de vriendin die we toevallig allebei kennen.

De eerste vierentwintig uur van mijn experiment zijn voorbij en het voelt alsof ik op vakantie ben geweest. Zoveel leuke ontmoetingen, onverwachte plekken en een enorm gevoel van vrijheid. Wat overheerst is verbazing: waarom doe ik dit niet vaker?

Anderen hebben dit experiment wel al vaker gedaan. De Amerikaanse schrijver en psycholoog George Cockcroft schreef in de jaren zeventig het boek The dice man, een beroemde en ook omstreden cult-klassieker waarin de hoofdpersoon alle beslissingen in zijn leven laat afhangen van een dobbelsteen. De schrijver baseerde het boek op zijn eigen ervaringen en kreeg een grote schare volgers. Zijn lezers lieten net als hij alles over aan de dobbelsteen: ze zetten steeds zes opties op papier, nummerden die en lieten het toeval beslissen. Ze vonden het geweldig.

Dat nieuwe ervaringen ons gelukkig maken, blijkt ook uit een experiment van de psychologen Buchanan en Bardi van de universiteit van Londen. Ze verdeelden proefpersonen van allerlei leeftijden over drie groepen. De eerste groep moest tien dagen lang nieuwe en onverwachte dingen doen. De tweede groep verrichtte elke dag een goede daad. De derde deed niets anders dan gewoonlijk.

Tien dagen later bleken de eerste twee groepen duidelijk vrolijker en gelukkiger te zijn dan de derde groep. Maar in de eerste groep was iets opvallends te zien: de proefpersonen die vijf nieuwe dingen op één dag deden en de rest van de week doorgingen met hun gewone leven, waren gelukkiger dan de proefpersonen die elke dag iets nieuws probeerden. De nieuwigheid gaat er blijkbaar snel van af als je het elke dag doet, zo concludeerden de onderzoekers.

Afwijken van de routine heeft voordelen voor je brein, betoogt Richard Wiseman: het prikkelt nieuwe gebieden in de hersenen en er ontstaan nieuwe hersenverbindingen. Maar waar komt dat geluksgevoel vandaan dat nieuwe dingen ons bezorgen? Bioloog Thijs Hannaart noemt in zijn boek Pimp je brein als oorzaak: dopamine. Een stof die je humeur verbetert en die helpt bij het opslaan van informatie. Ratten die worden losgelaten in een verblijf met allemaal nieuwe voorwerpen, maken spontaan nieuwe dopamine aan. Nieuwe dingen zorgen er dus voor, schrijft Hannaart, dat je brein dopamine gaat maken: daardoor leer je sneller en onthoud je makkelijker.

Bij reeds bekende ervaringen reageert je brein minder sterk: daardoor beleef je er minder plezier aan en onthoud je ze slechter. Volgens Hannaart is er ook een verklaring voor waarom het brein minder sterk reageert. ‘Het brein maakt steeds een afweging,’ schrijft hij. ‘Als het overal evenveel aandacht aan zou besteden, zou dat te veel energie kosten. Vandaar dat het brein soms roept: hier besteed ik geen aandacht aan, deze informatie heb ik al eerder gezien.’

Bij mij werkt het ook: mijn brein maakt massa’s dopamine aan. Hoe langer ik met mijn experiment bezig ben, hoe leuker ik het ga vinden. Ik maak een wandeling door mijn buurt en besluit om elke zijstraat in te slaan, afwisselend rechts en links. Ik kom op plekken waar ik niet eerder ben geweest. Op mijn werk aangekomen word ik gebeld door een vriendin die vraagt of ik zin heb in koffie. Toevallig is dit ook de dag dat ik overal ja op zeg, en dus zit ik een half uur later op een terras in de zon.

Mijn experiment biedt elke dag stof tot gesprek. Het zet mij en mijn vrienden aan het denken. Waarom doen we dit niet vaker? Waarom lopen we elke dag dezelfde weg naar huis? Waarom eten we in dezelfde restaurants met dezelfde vrienden en lezen we elke dag dezelfde krant? Omdat daar eigenlijk niets mis mee is. Het is de snelste route, het eten is goed, het zijn leuke vrienden en het is een prima krant. Waarom zou je niet gewoon blij zijn met wat je hebt?

Dagelijkse routine heeft ook voordelen. Het biedt de mogelijkheid om dingen op de automatische piloot te doen. Ons leven bestaat uit duizenden handelingen die we verrichten zonder er bewust bij na te denken. Wie niet hoeft na te denken bij het tanden poetsen, auto rijden, boodschappen doen of schoonmaken, houdt meer ruimte in zijn hoofd over voor andere dingen. Het spaart tijd en inspanning om bepaalde handelingen routinematig af te werken. Routine is efficiënt.

Maar routine haalt ook een deel van het plezier weg. Dat is niet erg als je aan het stofzuigen bent, maar wel jammer als je op vakantie gaat en voor de zevende keer in die all-inclusive aan de Algarve zit. Hoe gelukkig u ook bent met de vaste patronen in uw leven, Wiseman pleit voor meer afwisseling en onvoorspelbaarheid. Hij vergelijkt het met een boomgaard vol appels. Als je elke keer op precies dezelfde plek appels gaat zoeken, raakt die plek uitgeput. Je moet steeds harder je best doen om evenveel appels te vinden. Terwijl er een paar meter verderop bomen vol rijp fruit staan. Die moet je alleen wel willen zien.

Om die nieuwe mogelijkheden te zien, moet ik natuurlijk zelf wel actief op zoek naar nieuwe ervaringen. Beslissen met de dobbelsteen vind ik te veel werk – telkens eerst zes opties op papier zetten – en daarom kies ik een dag lang voor een andere strategie: ik geef me over aan de beslissingen van een vreemdeling.

Op woensdagmiddag ga ik naar een onbekende supermarkt om daar precies hetzelfde te gaan doen als de eerste klant die na mij binnenkomt. Helaas is dat een stokoud vrouwtje. De kans dat ze het mandje van haar rollator volgooit met kattenvoer is groot. Daarom volg ik de jonge moeder die achter haar loopt. Ik volg haar als een detective. Alles wat ze in haar kar gooit, pak ik ook. Bij het wijnschap grijpt ze naar een fles van twee euro. Heel even overweeg ik om stiekem mijn lievelingswijn te kopen, maar kies toch voor de zoete, witte Duitse prikwijn.

Mijn kinderen zijn dolblij met de rare zuiveldrankjes en lentevla waarmee ik thuiskom. Ook de paella in een pakje en zoethoutthee vinden ze lekker. De worstjes die ik als vegetariër nooit zou kopen, worden met veel gejuich ontvangen. Wegens groot succes volg ik de dag erna iemand in een andere supermarkt: een jonge jongen in een leren jas. Die avond zet ik mijn gezin een heel klein zakje roerbakgroente voor, twee tartaartjes, een enorme zak chips en zes blikjes Hertog Jan-bier.

Niet iedereen zou even enthousiast reageren op zo’n anders-dan-anders diner. Dat ik daar wél vrolijk van werd, heeft ook te maken met mijn karakter. Openstaan voor nieuwe ervaringen is namelijk een van de vijf belangrijke persoonlijkheidskenmerken om gelukkige toevalligheden mee te maken. Mensen die hoog op scoren op dit persoonlijkheidskenmerk houden van onvoorspelbaarheid, proberen graag nieuwe dingen uit en houden minder van conventies.

Mensen die laag scoren vinden het juist fijn als de dagen een beetje op elkaar lijken. Ze zijn niet gek op grote verrassingen. Juist die mensen zijn niet snel genegen om het toeval zomaar toe te laten. Ze worden er in eerste instantie ook niet direct gelukkig van. Het loslaten van hun dagelijkse routine maakt hen in eerste instantie niet vrolijk, maar angstig. Toch raadt Wiseman ook die groep aan om af en toe wel van de routine af te wijken.

Zelfs door dat maar een heel klein beetje te doen – door eens een ander tv-programma te bekijken of in een andere supermarkt je boodschappen te halen – kijk je al anders om je heen en vergroot je de kans op gelukkige toevalligheden. ‘Geluksvogels zien wat er is, in plaats van te zoeken naar wat ze willen zien,’ zegt Wiseman. En dat is precies wat ik meemaakte in mijn mini-experiment. Ik reisde zonder verwachtingen, sprak mensen die door toeval op mijn pad kwamen en wandelde rond zonder doel.

Het leverde me nog dagenlang stof voor verhalen over mijn leven vol toevalligheden. En hoe leuk dat was, herinner ik me soms weer als ik in mijn ijskast stuit op een verdwaald blikje Hertog Jan-bier.

Verras jezelf eens

– Maak een lijst met de nieuwe dingen die je wilt doen (zumba leren, een rondje IJsselmeer fietsen). Nummer ze telkens van 1 tot en met 6 en laat de dobbelsteen bepalen welke het wordt.

– Praat je op feestjes altijd met dezelfde mensen? Spreek dan een keer alleen mensen aan die iets roods dragen.

– Neem een week lang elke dag een andere route naar je werk, of kies steeds een ander vervoermiddel.

– Kies een willekeurig kookboek uit de kast, sla het open op een willekeurige bladzijde en maak dat klaar.

– Neem een proefabonnement op een andere krant of ander tijdschrift.

– Grote bioscopen hebben elke week een sneak preview. Je krijgt onaangekondigd een film te zien die pas de week erna officieel gaat draaien.

Zin in meer inspiratie? Kijk op http://www.ru.nl/nieuws-agenda/nieuws/week-van-het-toeval/

Door: Manon Sikkel

Image:

Ook gepubliceerd in: Psychologie Magazine 2011

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s