Ik mis nog steeds de Hema

Maurits Kalff dacht nooit aan emigreren. Zijn werk bracht hem in Brussel, Parijs en uiteindelijk Londen. Daar besloot hij zijn baan op te zeggen en te doen wat hij altijd al wilde doen. Hij pakte zijn oude beroep op en werd life coach en psycholoog. Toen wij hem zes jaar geleden in Londen interviewden vertelde hij dat hij nooit meer uit Londen weg wilde. Nog geen jaar later emigreerde hij naar Zuid-Afrika. En terug.

Hij was nog geen week in het buitenland of hij wist al dat er geen weg meer terug was. Omdat hij van avontuur houdt en altijd iemand is die de paden kiest die de hoek om gaan. Nooit het pad rechtdoor. Na een paar jaar in Parijs te hebben gewerkt werd hij uitgezonden naar Londen. Een stad die naar zijn zeggen absoluut niet de zijne was. Hij voelde zich er een vreemdeling en kon met geen mogelijkheid door de lelijkhied heen kijken. Maar al snel viel hij voor de stad en ontdekte dat het niet de architectuur was dat hem boeide of het landschap, maar de mensen. Hij raakte verslaafd aan de cultuur. Aan de musea, theaters, muziek. Na drie jaar besloot hij zijn baan in het bedrijfsleven op te geven en zijn hart te volgen. Maurits pakte zijn oude vak op en vestigde zich als life coach en psycholoog. En in die hoedanigheid hielp hij onder andere mensen die het idee hadden om te emigeren. Toen wij hem zes jaar geleden interviewden zei hij daarover:

‘Ik kom in mijn praktijk nu ook mensen tegen die willen emigreren. Dan vraag ik ze altijd waarom ze dat willen. Emigreren is niet de oplossing voor ongelukkigheid. Van mezelf weet ik dat ik overal gelukkig ben geweest en ik weet zeker dat ik ook overal gelukkig kan zijn. Veel mensen zijn echter slecht in staat om te waarderen wie ze zijn en wat ze hebben. Er zitten ook veel dromers tussen. Mensen die denken dat de oplossing in de toekomst ligt. Maar die ligt er alleen als je het heden er naar vormt. Ik denk dat dromen heel veilig is. Het is vaak angst die mensen tegenhoudt. Angst voor het onbekende, angst voor verandering en faalangst. Door te dromen ontdoe je je van die angsten. Misschien dat daarom veel mensen als ze op reis zijn het idee krijgen om te verhuizen. Freud heeft heel mooi verwoord wat er verandert als mensen met vakantie zijn. Het geeft een enorm verlies aan inhibitie. Het gevoel van verplichting ontbreekt opeens en dat geeft een geweldig gevoel van vrijheid. Maar om te emigreren moet je verder denken dan dat mooie huis onder de zon, tussen de olijfbomen. Je moet je afvragen wat je daar krijgt. Wat vind je bijvoorbeeld belangrijk om te doen? Wat zijn de voorwaarden die je stelt in het leven? Hoe ziet je sociale leven eruit? Mensen verhuizen gek genoeg zonder daar over na te denken. Ik probeer ze daarbij te helpen. En dat is leuk werk.’

Zelf wilde hij niet emigreren. En al woonde hij in Londen, Europa was zijn land. Een Europeaan par excellence vond hij zichzelf. Uit Nederland miste hij niets, nou ja behalve dan de Hema dan. Aan het eind van het interview legde hij uit waarom hij in Londen zou blijven: ‘Elke dag loop ik even over de Tower Bridge. Het uitzicht dat je dan hebt is het mooiste ter wereld. Dat is wat mij in Londen zal houden.’

Nog geen jaar later verhuisde hij en zijn partner naar Kaapstad. In de zomer van 2011 keerden ze terug naar Londen. Hij vertelt over het leven in Zuid-Afrika en waarom hij blij is weer terug te zijn in Londen.

‘In Zuid Afrika is het altijd mooi weer, maar zelden heeft de zon me zo verveeld als daar. Ik werd er dol van. Ik ben geboren onder de noordelijke hemel en daar hoor ik. Als je altijd in de zon hebt geleefd zit dat in je genen. Niet bij mij. Ik miste de seizoenen. Ik vind alle seizoenen leuk. In Zuid Afrika is het altijd zomer. En was er eens een regenachtige dag, dan kon ik daar echt van genieten. Als het hier een keer mooi weer is, dan ga je direct naar buiten, want morgen kan het over zijn. Mooi weer kreeg daar een heel andere betekenis.

In 2007 zijn we naar Zuid Afrika vertrokken. Mijn partner is Zuid-Afrikaan. Hij is arts, maar het was lastig voor hem als niet-EU-burger om een specialisatieplek te krijgen. Artsen van binnen de Europese Unie kregen voorrang bij het zoeken naar werk. In Kaapstad kon hij zijn opleiding tot anesthesist makkelijker afmaken. En zo rees het idee om daar naartoe te verhuizen. Ik moet wel zeggen dat ik de aanstichter van het idee was. Voor hem betekende terug gaan naar zijn land een beetje als terug naar af. Hij had er gemengde gevoelens over. Voor mij was het een spannend en nieuw avontuur.

We hielden er rekening mee dat verhuizen naar Zuid-Afrika misschien tijdelijk was, maar we hadden geen idee hoe lang dat zou zijn. We vertrokken dus vol goede hoop. Voor die tijd was ik al een paar keer in Zuid-Afrika geweest. Ik moet zeggen dat ik weinig met het land had. Het is een mooi land, maar ik vond het ook een boos land. Ik ben er nooit verliefd op geworden en om er dan naartoe te verhuizen vond ik wel een uitdaging. Ik was optimistisch over ons nieuwe avontuur, al lieten we er een leuk leven in Londen voor achter.

Mijn partner had een opleidingsplaats in een groot ziekenhuis. Voor mij was werk vinden een probleem. Ik ben psycholoog en ik heb overal in Europa gewerkt, maar in Zuid-Afrika werd mijn opleiding niet erkend. Nu heb ik altijd genoten van reizen van land naar land en heb dat belangrijker gevonden dan een glanzende carriere. Dus het idee dat ik daar niet kon werken, daar kon ik mee leven. Ik ben niet iemand die zich snel verveelt. Ik was ook niet bang dat ik de psychologie zou missen.

Ik bracht veel tijd door in de bibliotheek van Kaapstad en het viel me op dat daar zo ongelooflijk veel kinderen waren. Die holden daar de hele middag heen en weer in hun schooluniformen. Ik ontdekte dat die kinderen daar na school naartoe gingen omdat er geen naschoolse opvang was. Die wachtten de hele middag in de bibliotheek tot hun ouders hen kwamen ophalen. Dat was geen leven vond ik. En zo kwam ik op het idee om een after school reading club op te zetten. Dat was ontzettend leuk, maar ik was ook het slachtoffer van mijn eigen succes. Dan zat ik in de bibliotheek met rijen met kinderen die allemaal wachtten tot ze met mij een-op-een konden lezen. Vaak hielp ik ze ook om boeken uit te zoeken. Dat was fantastisch om te doen. Ik ben daar ook echt voor beloond en erkend. Heel dankbaar werk, dat ik ruim drie jaar heb gedaan.

Iets anders dat Zuid-Afrika me heeft gegeven is de natuur. Als er iets mooi is aan dat land, dan is het wel de flora en fauna. Daar heb ik heel veel over geleerd. En ik heb me gerealiseerd wat een vitale plaats dat in ons leven inneemt. Ik heb veel geleerd in Zuid-Afrika. Elke zomer ging ik naar de Summer school van de universiteit van Kaapstad. Ik heb er van alles gestudeerd. Italiaans bijvoorbeeld. Geld verdiende ik niet, maar dat was niet erg. Mijn partner en ik leefden van wat er verdiend werd. Wat ik wel ging missen op den duur was de erkenning voor mijn eigen vak. De psychologie, daar waar ik goed in ben.

Maar dat gemis kwam pas tegen het eind. De eerste zes maanden in Kaapstad waren spannend en leuk. Ik vond het een groot avontuur. Maar na die tijd besefte ik dat ik daar niet thuis hoorde. En dat gaat heel diep. Als nieuwe emigrant ben je in het begin blij met waar je woont. Een mooi land, een mooi huis. Pas langzaam gaan je ogen open en zie je waar je bent. En zo ontdekte ik dat we suburban waren, bewoners van de buitenwijken. Dat gaat niet alleen over waar je woont, maar dat is ook een mentaliteit. Het is eigenlijk heel provinciaals. Door daar te wonen waren we ineens deel van het establishment. Het waren mensen waar ik me niet mee wilde identificeren. Een groep blanke mensen die alleen maar andere blanke mensen kennen. De verschillende groepen mengen daar niet. En dat is heel anders dan in Londen. Wij kwamen daar als een gay koppel. Ik en mijn partner die coloured is. Voor de mensen daar was het een issue dat we een mixed race couple waren. Daar keken ze meer van op dan dat we een gay koppel zijn. Apartheid is afgeschaft en tegelijkertijd is het nog zo levend. Daar wordt je voortdurend aan herinnerd als je daar woont. Ik vond dat heel moeilijk en werd er ook vaak erg boos om. Er is een sterke band met Nederland. Door de taal natuurlijk, maar ook de cultuur heeft veel met de onze te maken. En tegelijkertijd staat het mijlenver van ons af. Als mensen zodra ze een slokje op hebben opeens liedjes uit de tijd van de Apartheid gaan zingen. Mensen waarvan ik dacht dat ze deugden. Die nostalgie, die hang naar de oude structuren, dat vond ik verschrikkelijk. Die mensen zijn daarin opgegroeid, dat begrijp ik ook wel, maar ik kan het niet aanvaarden.

En zo veranderde Kaapstad langzaam naarmate mijn ogen meer werden geopend. Vergelijk het met de Universal Studios in Los Angeles. Als je daar aankomt heb je zo’n enorme entree zoals alleen Amerikanen dat kunnen maken. Die hele plek is overweldigend en indrukwekkend. Je gaat met een treintje door die studios, langs de sets van al die films die je kent en je kijkt je ogen uit. En ineen zie je dat het allemaal bordkarton is en dat er niks achter zit. En dat is Kaapstad voor mij. Die stad is overweldigend op het eerste gezicht. De oude stad is prachtig en ineens zag ik de achterkant van die stad.

Mijn partner komt niet uit Kaapstad trouwens. Hij is opgegroeid in Bloemfontein. En ook hij had moeite met de stad. In Kaapstad werkte hij in een van de meest gerenommeerde ziekenhuizen van het land. Daarvoor had hij zeven jaar in Engeland gewerkt, waar niemand opkijkt van een ander kleurtje. Maar in het ziekenhuis van Kaapstad was hij de enige niet-blanke. Daar werden we allebei mee geconfronteerd. Ik met een wereld die de mijne niet was, hij met een wereld die hij ontgroeid was. Hij is opgegroeid in de hoogtijdagen van de Apartheid. Hij mocht niet eens in de bus. Natuurlijk is er ook veel vooruitgang geweest sindsdien, maar in Kaapstad zie je dat blanken, gekleurde en zwarte mensen niet echt mengen.

In Zuid Afrika is sinds de afschaffing van de apartheid toch weinig veranderd in de sociale structuren. Een van de eesrte dingen die ik daar heb gedaan is Xkosa leren. Dat is de zwarte taal van de Kaap. Dat is ook een vorm van respect vind ik om de lokale taal te leren. Het is niet alleen taal, het is ook cultuur en een manier van denken die daar in zit. Om die taal te leren was life changing. Het heeft mijn omgang met de man op de straat echt goed gedaan. Ook als ik maar twee zinnen in Xkosa kon zeggen en daarna overging op Engels, waren mensen als onder de indruk. Een blanke, een buitenlander, die hun taal sprak, dat maakte me immens populair. Om op die manier contact te maken met mensen was super.

In Kaapstad had ik voor het eerst heimwee. Heimwee naar Nederland en naar Engeland. Ik miste echt veel. Een van de beste dingen die ik daar geleerd heb is dat ik mijn tanden erin moest zetten. Ik wilde niet blijven, maar moest blijven omdat mijn man daar zijn specialisatie moest afronden. Ik heb er het beste van gemaakt en heb veel geleerd. Ik kom uit een welvarend land, ben goed opgeleid en ben bevoorrecht. Dat besef je pas echt als je in een land woont waar rijkdommen zo anders zijn verdeeld. Op papier wist ik dat wel, maar daar heb ik het pas echt ervaren. Dat heeft mijn kijk op de wereld heel erg veranderd. Het grootste issue in deze wereld is toch om de rijkdom te verdelen. Het klinkt als een cliché maar de rijken worden rijker en de armen armer. Ik realiseerde me daar echt dat ik per ongeluk goed terecht ben gekomen. En ik vind dat ik de verantwoordelijkheid heb om daar iets mee te doen. Door de leesclub die ik in Kaapstad heb opgezet heb ik een bijdrage kunnen leveren hoop ik. Als er ook maar een kind is dat zich mij later herinnert en dat door die leesclub van lezen is gaan houden, ben ik al blij.

We zijn in de tussentijd een keer teruggegaan. Dat is net zoals terug gaan naar Amsterdam. Het wordt altijd gedomineerd door alle mensen die je moet zien. Het is het expatsyndroom. Als je terug gaat naar de plek waar je hebt gewoond zijn die verplichtingen daar onderdeel van en dat is niet hetzelfde als er wonen. Als je mij echt een plezier wilt doen, dan wandle ik geowon een beetje rond door allerlei buurten en zie ik wel wat er gebeurt. Dan zie je mensen en maak je van alles mee. Maar dat kan vaak niet op zo’n kort bezoek. We zijn op een gegeven moment een paar weken naar New York gegaan. Ik heb dat toen heel bewust niet op Facebook gezet zodat niemand zou zien dat we er waren en we gewoon wat konden rondlopen.

Facebook is geweldig maar als je emigreert houdt het je ook tegen om echt te aarden in dat nieuwe land. Met Facebook creeer je een realiteit die er niet is. Het helpt om in contact te blijven met vrienden en familie, maar het remt je ook af. In Zuid Afrika heb ik heel bewust een jaar lang mijn Facebook-pagina weggehaald. Ik vond dat ik mezelf die opdracht moest stellen. Ik vond het fijn. Er wordt echt een appel op je creativiteit gedaan. Ik las bijvoorbeeld veel meer. Ik heb me toen echt op de literatuur gestort. Maar ik heb in dat jaar zonder Facebook ook gemerkt dat je heel veel mist. Je mist wat er in de levens gebeurt van de mensen die niet je directe vrienden zijn. Je mist ook allerlei informatie in het leven van je familie en dierbaren. Facebook is ook echt een bron van kennis, cultuur, informatie. Natuurlijk kun je zeggen dat je er niet aan meedoet. Dat is ook gezond. Maar het is inmiddels ook echt een belangrijke dimensie in onze wereld geworden. Het was interessant om het enejaar stop te zetten. De dag dat we terug gingen naar Engeland heb ik weer een profiel aangemaakt. Het scheelt ook zevenhonderd verhuiskaarten sturen.

Dat we terug naar Londen zouden gaan was eigenlijk al snel duidelijk. Zodra zijn specialisatie was afgerond zijn we vertrokken. Dat is uiteindelijk sneller gegaan dan we hadden gedacht. Ons huis was binnen drie dagen verkocht dus we konden snel vertrekken. In Londen hadden we ons appartement verhuurd. Ik wilde het verkopen en iets anders zoeken, maar mijn partner wilde graag terug naar onze oude plek. De huurder hebben we gevraagd te vertrekken en die deed dat gelukkig. Ik was die flat eigenlijk een beetje vergeten, maar nu zie ik hoe leuk het is. Van onze rijke suburb zijn we terug in een multiculti, hippe buurt waar arm en rijk samen wonen. En daar voel ik me het meest thuis voel.

Terug naar Londen had ik me op het ergste voorbereid. De economische situatie is natuurlijk niet zo best. Maar we werken allebei in de gezondheidszorg en daarin blijft altijd werkgelegenheid. Oude opdrachtgevers hebben me met open armen ontvangen. Dat was echt fantastisch. Terugkomen was daardoor heel makkelijk. Ook vrienden ontvingen ons met open armen. Daar ben ik ongelooflijk dankbaar voor. Ik kan niet vertellen met hoe veel hartelijkheid we zijn verwelkomd. Dat heb ik echt gewaardeerd. Ook familie in Nederland was blij dat we terug waren. Niet dat ik vaak in Nederland ben, maar psychologisch gezien voelt het toch een stuk dichterbij.

Mijn tijd in Kaapstad heeft ook invloed gehad op mijn band met Nederland. Ik dacht nooit zo vaak aan Nederland. Ik ben niet nostalgisch, maar ik ben toch blij als ik in Amsterdam ben. Die Amsterdamse keien zijn toch de keien waarop ik heb leren lopen. Het grappige is dat ik al vijftien jaar geen Nederlandse televisie had gezien. In Kaapstad konden we Nederlandse televisie ontvangen. Opeens keek ik elke dag naar De wereld draait door. Dat was een hernieuwde kennismaking met Nederland. Ik keek ook naar allerlei spelletjesprogramma’s en het journaal. Het was bizar om dat land te zien dat ik zo goed ken en dat toch ook vreemd was geworden. Als ik iets ben, dan is het Nederlander. Maar Nederlandse vedetten zeiden me net zo veel als BP’ers, bekende Polen. Nu ik terug ben in Londen kijk ik geen Nederlandse televisie meer, maar het was een leuke ervaring om dat wel te doen.

In Kaapstad is ook een grote Nederlandse gemeenschap. Het is ook een groep die zich wentelt in de nostalgie van de apartheidsdagen. Wat oudere, rijke mensen, die ik niet snel tot mijn vrienden zou rekenen. Maar in Zuid Afrika heb ik wel ontdekt dat ik veel Nederlandser ben dan ik had gedacht. Zo zeg ik bijvoorbeeld graag waar het op staat. Dat is heel Nederlands. En ik heb veel Nederlandse waarden en normen. Zuid Afrika is een land met veel overvloed waar maar weinig mensen van profiteren. Een van mijn belangrijke waarden is toch om niet te verspillen. Ik gooi niets weg en eet alles op wat er in de ijskast ligt. Ik ben zuinig ingesteld. Gewend om van het minste het meeste te maken. Dat zit in de Nederlandse genen. Dat Calvinistische, dat heb ik ook. Betrouwbaarheid vind ik ook belangrijk. Een man een man, een woord een woord. En goede manieren, daar ben ik ook erg op gesteld. Hoewel ik wat dat betreft ook prima op mijn plek ben in Engeland.

De vraag of ik altijd in Engeland blijf is ook veranderd door het verblijf in Zuid Afrika. Voor het vertrek leefde ik toch met het idee dat ik niet wist wat er zou gebeuren. Ik zou wel zien. Dat gevoel is nu over. Ik wil hier graag blijven. Ik heb tot nu toe een ongelooflijk interessant leven geleid. Ik kan overal wonen en heb een groot aanpassingsvermogen. Dat is ook heel Nederlands. Aan al die verschillende plekken waar ik heb gewoond – België, Frankrijk, Engeland, Zuid-Afrika – heb ik veel wijsheid overgehouden.

Ik ben nu 51 jaar. Toen ik afstudeerde gingen mensen nog op hun 58ste met de VUT.  Mijn eigen moeder is vijfenzeventig en werkt nog fulltime. Ze zit in de gemeenteraad waar ze woont. Wij zijn een generatie die altijd jong blijft. Ons denken over oud worden is de laatste decennia heel erg veranderd. Als mensen horen dat ik 51 ben, vallen ze bijna van hun stoel. Ik heb nog twintig jaar te gaan in productiviteit en daar ga ik het beste van maken.

In de psychologie heb je een nieuwe methode, die heet story telling. Dat is heel therapeutisch. Om een verhaal te vertellen moet je hebben nagedacht. Stuur mij van huis naar Piccadilly Circus en ik heb al een verhaal. Al die mensen die je onderweg tegenkomt. Maar je moet wel nieuwsgierig zijn. In Kaapstad heb je mensen die daar al hun leven lang wonen en nog nooit in de townships zijn geweest. Je moet nieuwsgierig zijn naar je omgeving, naar de mensen en hun verhalen. In mijn leesgroep vroeg ik elk kind wat ze die dag hadden meegemaakt. Dan krijg je prachtige verhalen. Schrijnende verhalen ook over armoede en kinderen uit een-oudergezinnen. Daar leer je heel veel van.

Als je een verhaal hebt maak je het leven leuk. En er is altijd een verhaal. Dat gaat gepaard met nieuwsgierigheid. Dat is denk ik de essentie als je succesvol wilt emigreren.

Door: Manon Sikkel

Uit: Ik mis nog steeds de Hema, Manon Sikkel en Marion Witter, Bert Bakker 2011

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s