Bang in het donker: waarom de metro ’s avonds eng is

metro joren frielinkSlechts 1,5% van de geweldsdelicten waarvan aangifte wordt gedaan vindt plaats in het openbaar vervoer. Toch zijn de meeste Amsterdammers doodsbang om ’s avonds de metro te nemen. Want hoe leuk is het in het donker op een tochtig perron?

Het is vrijdag even na middernacht en een jonge vrouw brengt haar moeder naar de laatste metro. Ze zwaait haar uit op het perron van Waterlooplein en loopt de trap op richting Amstel. Halverwege komt er een man de trap aflopen. Hij heeft een bol gezicht en een nylon jack aan. Op het moment dat hij langs haar loopt, drukt hij haar met volle kracht tegen de muur. Vanuit haar tenen begint de vrouw te schreeuwen. Even deinst hij terug en op dat moment kan de vrouw loskomen en naar boven rennen. “Sindsdien ga ik voor geen goud meer ’s avonds met de metro,” vertelt ze later.

De halte Waterlooplein is op een vrijdagavond zo gezellig als een ondergrondse parkeergarage. Vanaf de Wibautstraat moet je een donker trapje af, door een slecht verlichte fietstunnel voor je bij de roltrappen bent. Het perron is bijna leeg. De pilaren zijn wit geschilderd en de bankjes lichtgrijs in een poging het wat gezelliger te maken. In het midden van het perron staat een vitrinekast uit de jaren zeventig met daarin wat roestig gereedschap dat is gevonden bij het uitgraven van de metrotunnels. Daarnaast een verlaten hok van beton en glas met alleen een monitor erin. ‘Dit station is voorzien van videobewaking’ staat er op een bord.

Ook op het perron van metrohalte Centraal Station staat zo’n bewakershok. Vijf monitoren hangen er. Op een verder lege tafel staat een oranje plastic telefoon. Voor het hok staat een student die tevergeefs probeert mensen wat vragen te stellen voor een reizigersonderzoek. “Het is niet te geloven hoe agressief mensen op dit station zijn,” zegt hij. “Van alle stations waar we onderzoek doen, zijn de mensen hier veruit het sacherijnigst. Ze hebben allemaal haast.” Gelukkig had hij net nog een Afghaanse man die alle tijd voor hem had. In het Engels hebben ze de hele vragenlijst doorgenomen. “Die man was heel tevreden over ons openbaar vervoer.”

Binnenkort worden de resultaten bekend gemaakt van een groot reizigersonderzoek dat in heel Nederland plaatsvindt. Op alle bus-, trein-, tram- en metrolijnen wordt reizigers naar hun mening van het openbaar vervoer gevraagd. De jonge onderzoeker durft een eerste conclusie al te trekken. “Mensen zijn bang in de metro. Vooral ’s avonds. En hoe verder de perrons buiten de stad liggen, hoe banger ze worden. Zelfs de grootste macho’s zeggen nog dat ze bang zijn.”

Wie veel televisie kijkt, krijgt het idee dat de wereld bestaat uit potige mannen die op klaarlichte dag je tas uit je handen rukken, die er niet voor terugdeinzen om je voor een rijdende metro te duwen en die bij voorkeur ’s avonds hun messen trekken in de ondergrondse. Frans (40) en Hennie Stuy (40) weten dat dat wel meevalt in Amsterdam. Al vijf jaar hebben ze twee winkels op het metroperron van het Centraal Station. Van half zeven ’s ochtend tot na middernacht zijn ze open. In de oliebollenkraam verkopen ze ook bara’s, samosa’s, spekkoek en worstenbroodjes. In de winkel ernaast hebben ze bloemen en religieuze spullen. Het boek Een goddelijke openbaring over de hel ligt daar naast Maria-kaarsjes en bumperstickers met bijbelteksten. “Dat christelijke spul werkt heel rustgevend,” zegt Hennie, een geboren Amsterdamse met lang blond haar. “Er zijn hier zoveel buitenlanders, dus we hebben van elk geloof wat.” Ze heeft leuk contact met de mensen op het perron. “Er lopen hier vaak hoertjes, die geef ik dan een gratis oliebolletje en als ik wat zwaars moet tillen, dan roep ik wat junks erbij. Die jongens willen altijd helpen sjouwen.” Vijf jaar geleden zijn Frans en Hennie door het GVB gevraagd om op het perron te komen voor de sociale controle. ”Nu willen ze ons weg hebben hier,” zegt Hennie. Volgens haar man zal dat zo’n vaart niet lopen. “In die vijf jaar dat wij hier zitten hebben we al vaak de politie gebeld. Die hebben dankzij ons boefjes kunnen vangen. Ze hebben het wel eens over een getto op het Centraal Station, maar we hebben hier nog nooit last gehad. In het begin zeiden mensen: ‘God, dat je dat durft,’ maar laten we nou eerlijk zijn, de laatste tijd zijn er veel mensen neergestoken op perrons waar geen winkels waren.”

Ook op de halte Zuid/WTC moeten winkeltjes voor wat levendigheid zorgen. Om half acht, na de spits, is het station bijna verlaten. In de hal beneden eet een vrouw een bakje patat bij Smullers. Ze kijkt wezenloos voor zich uit. Tegenover haar de boetiek Tully Flowers. De verkoopster leeft zich uit op de gemengde boeketten. Even later komt een boom van een kerel naar haar toe. Hij graait een bos tulpen uit een emmer en rent naar de roltrap. “Zet maar op de rekening,” roept hij. “Dat is goed, Albert,” zegt verkoopster Annette. Ze is 44 jaar, heeft kort rood haar en een gebruind gezicht. “Ik zit hier nu zo’n zeven jaar en heb nog nooit iets naars meegemaakt. Ik heb ontzettend leuk contact met mijn klanten. Behalve vorig jaar dan. Toen stonden hier vijf Marokkaanse meisjes in mijn bloemen te spugen. Eentje pakte de duurste bos eruit en zei: ‘Hoeveel moet je ervoor hebben?’ Ik zei: ‘Aan jou verkoop ik niets’. Toen hebben ze me met z’n allen in elkaar geslagen. Het bloed kwam uit m’n oren. En weet je wat me nou het meeste heeft aangegrepen? Niet dat pak slaag, maar die haat in hun ogen. Meisjes van zestien jaar met zoveel agressie in die kinderogen.” De daders zijn nooit gepakt. “Er hangen hier wel overal videocamera’s, maar die staan allemaal de andere kant op gericht.” Naast haar is een glazen hok voor een bewaker waar niemand in zit. “Er heeft hier driekwart jaar een agent in uniform in gezeten, maar die is nu weg. Ja en zo’n bewaker is ook vaak net niet aanwezig als er iets gebeurt.”

Op de eindhalte van de Gein-lijn zit mevrouw S. Ze is 85 jaar. Ze zit op een bankje en wacht op haar dochter die aan de andere kant van het spoor woont. “Ik mag van haar geen geld meer uit de muur trekken. Dat vindt ze te gevaarlijk. Dan spreken we hier op het perron af en komt ze het me brengen.” Al vijftien jaar woont ze in een aanleunwoning naast het metrostation. Bang is ze nooit. “Maar ik heb van de week wel gekankerd op het GVB hoor. Toen wilde ik gaan winkelen en toen waren de lift en de roltrap stuk. Daar sta je dan met je wagentje.” Zuchtend staat ze op en duwt haar rollator over het perron. Daar komt haar dochter aan. Ze is 49 jaar, heeft halflang geblondeerd haar en ze draagt een dikke jas met zebra-print. “Ik ga elke dag met de metro,” vertelt ze, “maar nooit ’s avonds. Ik zou wel gek zijn. Als ik toch een keer ’s avonds met de metro moet, dan ga ik altijd in de voorste wagon zitten. Als er dan iets gebeurt, kan ik gaan gillen en op de deur van de bestuurder bonken.”

Ze is niet de enige die bang is om de metro ’s avonds te nemen. Wie ’s avonds wel eens heeft moeten overstappen van de sneltram uit Amstelveen naar de metro richting Zuid-Oost, kent de halte Spaklerweg. Geen naargeestiger perron dan dat van Spaklerweg. Aan de ene kant de torens van de Bijlmerbajes, ernaast het clubhuis van de Hells Angels. Aan de andere kant de Breitner- en Rembrandtoren. Het waait er keihard. “Ik ben daar ’s avonds wel eens per ongeluk uitgestapt,” zegt Evelien, die soms voor haar werk met de metro moet. “Ik dacht, mijn god, ik kan hier wel vermoord worden. Er staan overal van die schotten op het perron waarachter je heel goed vrouwen kunt lastigvallen.”

De meeste reizigers zijn ’s avonds bang op metrostations als er weinig mensen zijn. Ir. Sanja Durmisevic is wetenschappelijk onderzoekster aan de Technische Universiteit Delft en doet onderzoek naar hoe veilig reizigers zich op metro- en treinstations voelen. “Het blijkt dat de veiligheid van de omgeving van het station de belangrijkste factor is in hoe bang mensen op het station zelf zijn. Je kunt dus wel miljoenen in nieuwe stations stoppen, maar dat heeft geen zin als je de omgeving niet ook aanpakt. Reizigers voelen zich ook veiliger als er ’s avonds nog veel mensen op het station aanwezig zijn. Ondergrondse stations met een winkelcentrum combineren zien veel ondervraagden daarom wel zitten.”

Het AMC heeft sinds een paar jaar bewakers die er ’s avonds voor zorgen dat artsen en verplegers veilig bij de metrohalte komen. Anneke is hoofdverpleegkundige en zit door haar onregelmatige diensten regelmatig ’s nachts in de metro. “Op een keer zat ik in de coupé met een jong stel met een baby. Naast hen zaten vier opgeschoten jongens met hun voeten op de bank. Opeens begint één van hen te neuriën en te klappen. De anderen beginnen daartegenin te klappen en met z’n vieren zingen ze een Surinaams slaapliedje voor die baby. Dat was heel mooi, daar in het donker, dwars door Zuid-Oost.”

Volgens de Engelse internetsite www.thetube.com is de metro een van de veiligste vervoersmiddelen ter wereld. Twee meisjes met lange vesten en blote buiken verteller de enquêteur op het Centraal station dat ze nooit bang zijn in de metro. Ook ’s avonds niet. Terwijl ze dat vertellen, rennen er vijf politieagenten met walkie talkies langs hen. Op halte Nieuwmarkt moeten ze iemand uit lijn 51 halen, maar daar aangekomen, blijkt ie al een halte eerder te zijn uitgestapt. De enquêteur heeft ze niet gezien, maar zijn volgende reiziger wel. “Ik voel me heel veilig in de metro. Ik geef ze een zeven,” zegt hij vrolijk. “Ik zat namelijk net met drie gewapende agenten in de metro.”

Door: Manon Sikkel

Image: Joren Frielink

Ook gepubliceerd in: Het Parool 2001

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s