Zo bouw je een huis van vuilnis

vuilnis trueactivist com

Iedereen verklaarde hem voor gek toen hij begin jaren zeventig huizen van vuilnis bouwde in de woestijn. Het kostte hem zelfs zijn bouwvergunning. Maar de Amerikaanse architect Michael Reynolds hield een rotsvast vertrouwen in zijn ‘groene’ woningen, gemaakt van autobanden en bierblikjes.

De vuilnis-strijder wordt hij genoemd, of Garbage Warrior. Het is de geuzennaam die hij met trots draagt. Want al sinds het eind van de jaren zestig heeft Michael Reynolds een missie: huizen bouwen van afval om zo de natuurlijke grondstoffen van de aarde te sparen.

Toen hij eind jaren zestig afstudeerde, waren er maar weinig architecten die zich bekommerden om het milieu en het behoud van de aarde. Er moest groter gebouwd worden en hoger en mooier. Amerika had nog niet eens de top van de afvalberg bereikt die later gecreëerd zou worden, maar Reynolds voorzag dat de mensen in het Westen de aarde aan het uitputten en vervuilen waren en dat wilde hij een halt toeroepen.

Hij bleek een roepende in de woestijn. Letterlijk zelfs, want in de woestijn van Nieuw Mexico bouwde hij zijn eerste earthship – een huis gebouwd van autobanden, bierblikjes en glazen flessen. Restproducten van de ‘beschaving’ noemde hij het. Voorwerpen die bij de productie zo veel energie hadden gekost, dat ze een tweede leven waard waren.

Tijdens een motorrit door de woestijn van Nieuw Mexico belandde Reynolds bij Taos Pueblo, een door indianen gebouwd dorp. Deze indianen woonden al eeuwen lang in de woestijn en hadden hun huizen zo gebouwd dat ze beschutting boden tegen temperaturen van meer dan vijftig graden overdag, maar ook tegen de min twintig graden die het ’s nachts kan worden. De indianen maakten daarbij gebruik van de mooiste natuurlijke energiebron die er is: de zon.

Reynolds, net afgestudeerd als architect, begon te experimenteren met woestijnhuizen. Hij bouwde zijn eerste huis, op een verlaten plek niet ver van het indianendorp. Het huis is gebouwd van oude autobanden die gevuld zijn met aarde. Een grote glazen wand aan de zuidzijde vangt het zonlicht op en de autobanden houden de warmte vast. Omdat het huis half verzonken is in de aarde, is het bestand tegen grote temperatuurswisselingen. De warmte die overdag binnen komt, wordt vastgehouden en ’s nachts afgegeven. Zo blijft het huis op temperatuur zonder externe verwarmings- of airco-systemen. Het huis is dan ook niet aangesloten op het elektriciteitsnet. Extra energie wordt opgewekt met zonnepanelen en een kleine windmolen. Het regenwater wordt opgevangen op het dak en ter plekke in een bak met grind gefilterd.

Bij de bouw van het huis gebruikte hij alleen autobanden, oude flessen, lege blikjes, zand, leem en oud ijzer. Het resultaat is een sprookjesachtige villa waar het zonlicht door de gekleurde flessen naar binnen komt en waar achter de glazen pui een indrukwekkende groentetuin is waar het hele jaar door tomaten, paprika’s en citroenen groeien. Het idee van Reynolds was dat zijn huizen eenvoudig en goedkoop zelf te bouwen waren en dat de bewoners geheel zelfvoorzienend konden zijn.

Al snel had hij een groep vrienden enthousiast gemaakt en iedereen die zich aangetrokken voelde tot zijn levensvisie bouwde zijn eigen earthship. Binnen een paar jaar was er een heel dorp midden in de woestijn, de Greater World Community. Reynolds reisde het land rond om te vertellen over zijn ecologische woestijnwoningen, die overal gebouwd konden worden omdat er in het westen nu eenmaal een overschot aan afval is. Inmiddels zijn er in Amerika al meer dan drieduizend earthships gebouwd en ook in Frankrijk, Engeland en in Nederland (Zwolle) zijn earthships gebouwd. Maar hoe bekender Reynolds werd, hoe moeilijker het hem werd gemaakt. Eind jaren negentig  besloot een bouwcommissie in Amerika dat zijn woningen tegen de bouwregels in gingen omdat er in de bouwverordening staat dat elk huis aangesloten moet zijn op de riolering, het water – en elektriciteitsnet. Reynolds verdedigde zich in eerste instantie door te wijzen op de allereerste pioniers, die ook hun huizen op de meest onherbergzame plekken hadden gebouwd, hun eigen waterput sloegen, zelf hun huis bouwden en hun eigen groente verbouwden. Maar de bouwcommissie was onverbiddelijk en nam hem zijn bouwvergunning af. Na jarenlang procederen kreeg hij die eindelijk terug. Ook omdat hij intussen had laten zien welk ander groot voordeel zijn manier van bouwen had.

Na de Tsunami in Thailand trok hij met een grote groep bouwers naar Thailand en bouwde daar in het meest getroffen gebied eartships van afval. Binnen de kortste keren hadden de bewoners er onderdak. Hetzelfde deed hij nadat orkaan Katrina het zuiden van de Verenigde Staten had getroffen en ook na de aardbeving op Haïti bouwde hij eartships.

‘Architectuur,’ zegt Reynolds, ‘is er voor de mensen, niet voor de architecten.’ Zijn rotvaste geloof in een duurzame manier van bouwen heeft hem bij collega’s niet altijd populair gemaakt. In architectuurboeken is hij nauwelijks terug te vinden. In overzichtsboeken over natuurlijk bouwen, wordt er vaak slechts een alinea aan hem besteed. Zijn eigenzinnigheid en geloof in een wereld waarin de mensen niet langer de grootste vervuiler zullen zijn, heeft hem die mooie bijnaam garbage warrior gegeven. Volgend jaar wordt hij vijfenzestig. De hippie-idealen van zijn tijdgenoten heeft hij een leven lang verdedigd en vorm gegeven. In een interview laat hij weten dat iedereen nu de mond vol heeft van ‘groen’ bouwen, maar dat die term wat hem betreft net zo vaag is als ‘love and happiness’ uit de jaren zestig. ‘Wat ik doe gaat veel verder dan groen,’ zegt hij. ‘Deze manier van bouwen vraagt om een radicale verandering in onze manier van denken. Als we nu niet iets doen om de aarde te redden, dan is er straks geen beschaving meer mogelijk.’ Hij ziet zichzelf als een visionair. Uiteindelijk, zo weet hij, zal hij gelijk krijgen en zal er gebouwd worden op een minder vervuilende manier. Dit jaar was Reynolds een paar weken in Nederland omdat er in Zwolle het eerste earthship werd gebouwd. ‘Ik bezoek al mijn internationale projecten zelf,’ zegt Reynolds via de telefoon. ‘In Zwolle heeft mijn team een maand aan het project meegebouwd. Ik ben er om de details ter plekke te beoordelen.’ Een van die details is dat het earthship in Zwolle wel is aangesloten op het reguliere elektriciteits- en waternet. ‘Dat had niet gehoeven,’ zegt Reynolds, ‘maar misschien geloofden de mensen van het gebouw niet dat het mogelijk was om het gebouw zelfvoorzienend te krijgen.’ Inmiddels heeft het earthship in Zwolle, dat dienst doet als theehuis en vrij toegankelijk is, een hele schare fans opgeleverd. Op dit moment zijn er serieuze plannen om ook in Nederland een dorp van earthships te bouwen.

Maar ook voor wie geen villa van autobanden en bierblikjes wil bouwen, heeft de filosofie van Reynolds wat te bieden. Hij toont aan dat je met een klein beetje creativiteit je eigen bijdrage kunt leveren aan een duurzame wereld. Door goed te kijken naar het afval dat je dagelijks weggooit en je af te vragen of het niet op een of andere manier is her te gebruiken.

Thee drinken in een earthship

Het earthship in Zwolle staat in doepark Nooterhof:

http://www.doeparknooterhof.nl

Slapen in een earthship

In het Normandische plaatsje Ger staat een earthship waar je kunt overnachten, het is een gite met drie slaapkamers.

http://web.mac.com/kevantrott/iWeb/Site/Welcome.html

Zelf een earthship bouwen

Een ecologische woon-werk-gemeenschap in Deventer:

www.aardehuis.nl

Meer info

www.earthship.org

www.youtube.com (zoek op: earthship)

Door: Manon Sikkel

Image: trueactivist.com

Ook gepubliceerd in: Happinez 2010

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s