Waarom we maar 5 echte vrienden hebben

vijf vrienden ben duchacDe meeste mensen hebben niet meer dan vijf echte vrienden of vriendinnen. Waarom het er maar vijf zijn? Omdat ons geheugen niet toereikend is voor meer.

‘Wij zijn vijf vrienden,’ schreef Kafka als eerste zin van zijn verhaal Gemeenschap. Het is een prachtig verhaal over de willekeur van vriendschap. Vijf vrienden die toevallig in hetzelfde huis wonen en vrienden voor het leven zijn. Plaats voor een zesde is er niet. En dat is niet toevallig. De meeste mensen hebben namelijk maar vijf echte vrienden. Dat zegt Robin Dunbar, psycholoog en hoogleraar evolutionaire antropologie aan de universiteit van Oxford. Hij doet al jaren onderzoek naar het aantal vrienden dat mensen hebben en komt elke keer tot dezelfde, opvallende conclusie. Gemiddeld heeft een mens maar vijf beste vrienden. Dat zijn de vrienden die je een keer per week spreekt. Het zijn de mensen die je om hulp vraagt als je ziek bent of verdrietig bent. Daarnaast, zo zegt Dunbar, heeft iedereen nog een groep van ongeveer vijftien mensen die je als goede vrienden bestempelt. Dat zijn de mensen die je een ongeveer keer per maand ziet of spreekt en die je op je verjaardag zou uitnodigen – de mensen om wie je intens zou treuren als ze dood waren.

Die groep van vijf echte vrienden is overigens niet zo stabiel als de vriendengroep in het verhaal van Kafka. Gedurende je leven verandert de samenstelling van die groep beste vrienden. En het kunnen er ook twee of zeven zijn, maar gemiddeld zijn het er nooit meer dan vijf. En daar is een goede reden voor.

Om uit te zoeken hoe groot iemands vriendengroep is, vroeg Dunbar zijn proefpersonen om een lijst te maken met namen van mensen die ze een dat jaar een kerstkaart hadden gestuurd. Ook vroeg hij ze de namen op te schrijven van de mensen van wie ze een kaart hadden ontvangen. Bij elke naam moesten ze vervolgens opschrijven hoe vaak ze die persoon in het afgelopen jaar hadden gesproken of in levende lijve hadden gezien. Familie viel buiten het onderzoek, want familiebanden blijken aan heel eigen wetten te gehoorzamen.

Behalve de vijf beste vrienden en de vijftien goede vrienden bleek er ook nog een groep van vijftig kennisen te zijn. Collega’s die je ook buiten het werk ziet bijvoorbeeld, jeugdvrienden, mensen die je een paar keer per jaar spreekt. En al deze mensen maken op hun beurt weer deel uit van een groep van honderdvijftig mensen die je in ieder geval een keer per jaar spreekt. In feite heeft iedereen dus een pool van honderdvijftig mensen om zich heen waarmee hij of zij emotioneel verbonden is. En hoewel die groep kan variëren van honderd tot tweehonderddertig, en voor vrouwen vaak wat groter is dan voor mannnen, is het gemiddelde van honderdvijftig heel constant. Wil je weten wie in jouw geval die honderdvijftig vrienden en bekenden zijn, dan heeft Dunbar een leuke stelregel. Bedenk wie de mensen zijn die je hartelijk zou begroeten als je ze stomtoevallig om vier uur ’s ochtends op het vliegveld van Hongkong zou tegenkomen? Of op een camping in Zuid-Frankrijk, om het wat dichter bij huis te houden.

Wat precies bepaalt nu welke vijf uit die grote groep van honderdvijftig onze beste vrienden zijn? Welke vijf mensen kennen jouw diepste gevoelens? Bij welke mensen zou je een flinke som geld durven lenen? Wie zou je als eerste bellen als je ernstig ziek was of een ongeluk had gehad? Misschien ben je enthousiast over de buurvrouw van je neef met wie je op een feestje zo leuk hebt zitten praten. Maar zij is niet degene is die je om drie uur ‘s nachts uit haar bed belt om te vragen of ze je even naar het vliegveld wil brengen. Wat maakt haar anders dan die andere vijf?

Het antwoord is dat onze hersenen maar een beperkte capaciteit hebben om iets te onthouden. Zouden we een efficiënter brein hebben, dan zouden we meer beste vrienden hebben. Zo simpel is het. Ons werkgeheugen is maar klein. Zo kunnen we slechts zeven getallen tegelijkertijd onthouden. Zodra er een grens is gepasseerd, raken we in de war. Die beperking is er ook voor gevoelens, zo blijkt.

Om vrienden te blijven is een bepaalde inspanning nodig. Het vereist compassie, meeleven met je vrienden. Je moet als eerste aan ze denken als ze jarig zijn, bellen als hun kinderen voor het eerst naar school gaan of het huis uit gaan, hen feliciteren met een nieuwe baan. Je moet ze troosten wanneer ze verdriet hebben of koffie met ze drinken als ze even willen kletsen. Om intensief contact te onderhouden is het niet voldoende om verjaardagsdata te onthouden, maar ook allerlei persoonlijke voorkeuren en informatie. Je moet weten hoe het met je beste vrienden op het werk gaat, waar ze naartoe gaan op vakantie, van welke films ze houden en hoe hun schoonmoeders heten. Bovendien zijn er, om het extra ingewikkeld te maken, ook nog eens allemaal verbanden tussen al die mensen onderling. Ook die moet je onthouden. Al die informatie levert een enorme hoeveelheid data. Als een reusachtige excelsheet in je hoofd die je dagelijks moet bijhouden. De hoeveelheid informatie die je moet bijhouden bereikt blijkbaar een grens bij vijf. Je wilt misschien wel vrienden worden met die leuke buurvrouw van je neef, maar je hoofd kan het niet aan.

Als vriendschappen onderhouden een kwestie is van tijd en energie, maken sociale media als Facebook en Twitter het leven dan niet eenvoudiger? Ze maken het in ieder geval makkelijker om contact te onderhouden. Maar hoe waardevol is dat contact? Ik kan om middernacht via Facebook de vakantiefoto’s van mijn collega’s bekijken, maar maakt dat ons vrienden? De Amerikaanse socioloog Cameron Marlow deed daar onderzoek naar en ontdekte dat mensen gemiddeld 120 vrienden op Facebook hebben. En wie 120 vrienden heeft onderhoudt intensief contact met slechts zeven van hen. Vrouwen zijn volgens hem wat activer en hebben een groep van ongeveer tien Facebook-vrienden bij wie ze regelmatig berichten op de wall achterlaten of commentaar leveren op geplaatste foto’s en berichten. Opvallend is dat ook mensen met 500 of meer Facebook-vrienden slechts contact houden met een kleine stabiele groep van hooguit twintig.

De gegevens van Marlow komen overeen met die van Dunbar. Ook hij onderzocht de afgelopen twee jaar de waarde van online vriendschappen. Sociale media lijken de mogelijkheid te bieden om met de hele wereld contact te houden. Maar niet de tijd is een belemmerende factor, zegt Dunbar, ook voor online vriendschappen is ons brein nog steeds de belemmerende factor. Voor hechte vriendschap is niet alleen tijd en energie, maar ook direct contact nodig. De emotionele band die je met iemand hebt neemt volgens Dunbar vijftien procent per jaar af als je elkaar niet in levende lijve ziet. Of zoals hij zelf zegt: ‘In vijf jaar tijd kan iemand die je hartsvriend is tot de buitenste cirkel van bekenden horen.’ Je kunt elkaar elke dag sms’en of je kunt de hele dag door elkaars foto’s op Facebook waarderen, maar om beste vrienden te blijven moet je gewoon af en toe samen een kop koffie drinken. Je moet elkaar zien en horen en elkaar kunnen aankijken.

Hechte vriendschap is per definitie een emotionele verbinding. En om emoties over te brengen moet je elkaar zien. Het uiten van gevoelens wordt namelijk voor 93 procent bepaald door non-verbale communicatie. Niet wat we zeggen is belangrijk, maar hoe we het zeggen. Stemklank, lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen brengen de emoties over die nodig zijn om te laten zien dat we met iemand meeleven, in goede en in slechte tijden. Of om een voorbeeld te noemen, als je in het ziekenhuis ligt, heb je liever je beste vriendin naast je bed dan zevenhonderd get-well-soon-berichten op Facebook.

Wat je moet doen om die vijf goede vrienden te behouden? Regelmatig tijd met ze doorbrengen, face-to-face. Doe je dat niet, dan kan je allerbeste vriendin op een dag van de innercircle van vijf zomaar zijn opgeschoven naar de grote groep van 150. Is dat erg? Nee. Dat die groep van vijf verschuift gedurende je leven is een feit. Misschien dat er een of twee een leven lang meegaan, maar dat gebeurt alleen als je er moeite voor blijft doen. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Dat geldt niet alleen voor planten, maar ook voor mensen. Overigens is daar een uitzondering op. Eentje die ook voor Dunbar en zijn medewerkers als verrassing kwam. En dat is hoe belangrijk familieleden zijn. Familieleden kun je jarenlang negeren of verwaarlozen, maar als je op een dag gebeld wordt door je achterneef uit Lutjebroek die vertelt dat hij in de buurt is en vraagt of hij een nacht kan komen logeren, dan zul je eerder ja zeggen dan wanneer een oud-collega van tien jaar geleden met hetzelfde verzoek komt.

Er zijn allerlei factoren die de grootte van je sociale netwerk beinvloeden. Echtscheiding, ziekte en ouderdom bijvoorbeeld zijn beruchte bommen onder dat netwerk. Maar het goede nieuws is dat die kleine groep van vijf altijd blijft.

Door: Manon Sikkel

Image: Ben Duchac

Ook gepubliceerd in: Fab 2012

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s