Minder spullen maakt gelukkig

spullen bench accounting

Maakt een nieuwe bank gelukkig? Of een iPad mini, het nieuwe kookboek van Jamie Oliver, schoenen van Betsy Palmer, een Audi met verwarmde stoelen? Ja, zeggen de liefhebbers, dat is puur geluk. Nee, zeggen onderzoekers, het is een uiting van onzekerheid.

Ondertussen zitten we daar maar, met een huis vol spullen. Consumeren we te veel? Moet die tweede televisie toch maar naar de Kringloopwinkel? En worden we daar gelukkig van? Vijf vrouwen geven hun mening…

Vijf vrouwen over materialisme, luxe, moderne soberheid, duurzaamheid, en wat je werkelijk nodig hebt om gelukkig te zijn.

Lou Niestadt, voormalig model, illustratrice en schrijfster van het boek Less is Luxe – Licht en avontuurlijk leven:

‘Mijn leven met minder spullen begon zeventien jaar geleden, toen ik zwanger was van mijn jongste dochter. Ik had een dochter van twee, één en dus een baby op komst en ik was net gescheiden. Ik was in die tijd model en verdiende makkelijk geld, maar ik realiseerde me dat alles wat ik kocht, dat ik daar voor moest werken. Minder spullen gaf me de vrijheid om zo veel mogelijk tijd met mijn kinderen te zijn. Eenvoudig leven werd uit nood geboren, maar ik vond het een bevrijding. En niet alleen hield ik op met spullen kopen, ik gooide alle overbodige spullen het huis uit. De hotelzeepjes, lenzendoosjes, sleutels van fietsen die al lang gestolen zijn, zonnebrillen, 3-D-brillen, kapotte MP3-spelers, ziekenhuispassen en bonnen van telefoons die niet meer bestaan, met bijbehorende pukcodes. Waarom had ik dat niet al veel eerder weggegooid? Ook het kinderspeelgoed ging weg, althans alle lelijke plastic zooi waar ze toch alleen maar ruzie om maakten. Minder spullen maakt niet alleen gelukkig, het maakt je vrij. Door altijd maar meer te willen, meer geld, meer spullen, meer status, leg je jezelf een enorme beperking van je vrijheid op.

Een paar jaar later ontmoette ik mijn huidige man en langzaam maar zeker verviel ik weer in mijn oude gewoonte. In de jaren erna voerde ik af en toe dat minder-spullen-beleid weer in omdat het me elke keer gelukkig maakte. Als ik naar Bol.com ga, heb ik voor ik het weet op de bestel-maar-knop gedrukt, en vervolgens heb ik een hele stapel boeken naast mijn bed liggen waar ik me dan schuldig over voel omdat ik ze nog steeds niet heb gelezen. Het gaat me niet om het geld, maar om de rust die het in mijn hoofd brengt. Als ik ga tanken, vraagt een mevrouw van het tankstation of ik niet ook de aanbieding van de week wil of een rolletje drop van één euro. ‘Laat me met rust,’ denk ik dan, ‘ik wil alleen maar tanken.’ We worden de hele dag door aangezet om te consumeren. Omdat ik echt gelukkiger ben als ik niet de stress heb van altijd maar willen kopen, heb ik het afgelopen jaar niets gekocht. Ik kocht wel cadeautjes voor anderen, maar niets voor mezelf. Het leuke is dat je heel veel geld overhoudt. Ongemerkt geef je namelijk behoorlijk veel geld uit, vooral aan kleine dingen. Het geld dat ik nu uitspaar, daarvan kan ik op reis en omdat ik minder werk dan vroeger heb ik ook nog de tijd om op reis te gaan. Dit klinkt heerlijk, maar is niet helemaal waar. Ik zou niet kunnen reizen van alleen het geld dat ik uitspaar door niets te kopen…! En omdat ik locatie onafhankelijk werk heb ik tijd om te reizen! Het is bevrijdend om los te zijn van de materie, van de behoefte om alles te willen hebben. Ik moet mezelf er alleen aan blijven herinneren dat ik niets moet kopen. Vier dagen geleden is mijn kleindochter geboren, Liv, en ik moet mezelf nu goed in de gaten houden, anders heb ik in no time van alles in huis gehaald!’

2. Wietske Mous, directeur van interactief marketingbureau Pepper’s Ghost. 

‘Ik vind niet dat ik te veel spullen heb. Maar wat is te veel? Als je je huis niet meer in kunt omdat er veertien paar skates in de gang liggen? Zelf heb ik niet zo veel. Ik verzamel geen spullen en koop ook niks als er ergens koopjes zijn. Bij de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf zul je mij niet tegenkomen. Ik geef mijn geld liever uit aan uit eten gaan, drinken, kleding. En als ik iets aanschaf, dan koop ik liever een mooi, duurzaam gemaakt kledingstuk dan dat ik de halve Primark leeghaal. En eerlijk is eerlijk, ik kan echt heel gelukkig worden van een jasje van Sandro. Ik hoef er alleen niet een kast vol van te hebben.

Minder consumeren is heel erg op het individu gericht. Je kunt bewust leven, minder het milieu belasten, maar als we allemaal ophouden met melk kopen, of alleen nog maar appels van onze eigen boom eten, zouden hele sectoren omvallen. Voor het individu is het misschien een goede keuze, maar voor de maatschappij is het een doodsteek. We hoeven zeker niet meer spullen te kopen, maar ik vind wel dat we duurdere spullen mogen kopen. Net als met Fair Trade, moet je een betere prijs betalen en de werkelijke waarde van een product betalen. Het is beter voor het milieu om minder goedkope troep te kopen. Ik hoef niet elk jaar een nieuw horloge. Ik koop liever een wat duurdere die dan wel een leven lang meegaat.

De wereld draait zoals ie draait en zelfs als we dat zouden willen, zouden we dat niet kunnen terugdraaien. Het zou de doodsteek zijn voor arme mensen als we ineens niet meer gingen uitgeven. Als je ophoudt met dingen kopen, leg je de economie plat en raken mensen hun baan kwijt. Als er geen beweging is, staat alles stil. Onze maatschappij is nu eenmaal niet zo ingericht dat we zelfvoorzienend zijn. Het is heel naïef om te denken dat het beter is om zo min mogelijk uit te geven. Ik wil niet overkomen als iemand die aanzet tot meer consumeren. Integendeel. Maar het mag wel duurzamer. Geef mij maar een nieuwe Toyota Prius.’

3. Joke van den Bogaard, voormalig verpleegkundige, mantelzorger en opruimcoach. Geeft workshops en helpt mensen om weer overzicht en structuur in huis te krijgen. www.ikwilorganizen.nl

‘Gelukkiger met minder spullen? Ja, dat is wel de conclusie die ik kan trekken. We leven in een tijd waarin we geen keuzes meer kunnen maken. We vinden alles even belangrijk, en dat geldt ook voor de spullen die we in huis halen. Ik kom ook bij mensen die geen enkele grip meer hebben op de spullen in hun huis. En die vind je in alle leeftijden en alle lagen van de bevolking. Kom ik de woonkamer binnen, dan zie ik stapels post op tafel, een berg oude kranten op de vloer en spullen op de trap. De woonkamer proberen mensen vaak nog leefbaar te houden, maar eenmaal op de slaapkamer zie je de overdaad aan spullen en de zolder puilt uit.

Zo’n overvol huis, daar zit vaak veel meer achter. Spullen vragen om energie. Je moet ze schoonmaken, opbergen, onderhouden. Wanneer het in je leven even niet zo mee zit, dan heb je die energie gewoon niet. Wanneer iemand verdrietig is of overbelast, dan zie je dat aan een huis. Als je niet goed in je vel zit, zijn te veel spullen echt een last.

Ik zeg niet dat je minder spullen moet kopen, maar je moet er wel voor kunnen zorgen. Ik predik geen extreme soberheid, want dat minimalisme dat ik bij sommige mensen zie, dat ligt niet in mijn aard. Zo minimalistisch leven is makkelijk als je op een plek woont waar veel voorzieningen zijn. Hier in Zaltbommel was heel lang geen kringloopwinkel bijvoorbeeld. En je kunt wel zeggen dat je de auto weg doet, maar ik ben ook mantelzorger en een comfortabele auto maakt mijn leven wel echt makkelijker.

In mijn werk zie ik dat mensen spullen van anderen krijgen die ze eigenlijk niet willen. Oude LP’s, boeken, cd’s. Ik wijs ze er dan op dat iemand anders de keuze van het wegdoen niet heeft kunnen maken. Door het weg te geven hoef je de keuze niet te maken om het weg te gooien. Maar je zadelt wel iemand anders met het probleem op. Vroeger erfde je de antieken klok die al honderd jaar in de familie was, nu erf je ook nog vijf kartonnen dozen met oude cd’s bij. Ik zeg dan: weg ermee. Wat je opruimt in je huis, ruim je ook op in je hoofd.

4. Jannie Spruit, fotograaf, ontwerper en docent beeldende vakken op de Vrije School. Daarnaast is ze een van de oprichters van Kiind.nl. In 2012 besloot ze een jaar lang niets te kopen.

‘Minder spullen maakt gelukkig, maar die grens ligt voor iedereen ergens anders. Er zijn mensen die diep ongelukkig zouden worden zonder staafmixer. Bij mij ligt de grens van wat ik nodig heb wat verder weg. Ik denk dat het er ook mee te maken heeft waar je vandaan komt. Ik heb van huis uit meegekregen dat je geen spullen mag verspillen. Zo lang als ik me kan herinneren ben ik al milieubewust geweest. Op de middelbare school was mijn bijnaam Greenpeace.

Vijf jaar geleden volgde ik de opleiding Grafisch vormgeven en deed ik een project over minimalisme. Ik leerde de kunst van het weglaten waarderen. Dat heb ik doorgetrokken naar een minimalistische levensstijl. Ik ben steeds meer spullen gaan wegdoen. In het begin was dat heel makkelijk omdat je ontdekt dat je heel veel spullen hebt die je niet gebruikt. Waarom zou ik negen houten spatels hebben als ik er aan een of twee ook genoeg heb? Ik heb kastje voor kastje leeggeruimd, maar die kon ik alleen zo leeg houden als er niks nieuws bij kwam. En zo besloten mijn man en ik een paar jaar geleden om een jaar niets te kopen. Dat hebben we heel bewust gedaan en alleen voor dat ene jaar, om te zien hoe dat was. Het klinkt misschien als een dogma, een jaar niks kopen, maar het was een leuk experiment. Ik heb er een blog over bijgehouden, eenvoudigwit.blogspot.nl. wat ik vooral in het begin merkte, was dat het lastig was. Maar die onrust wordt al heel snel minder. De marketing is er op gericht om ons de hele tijd te prikkelen, waardoor we denken dat we van alles nodig hebben. Maar wij zijn het zelf die steeds de beslissingen nemen. Ik ben ervan overtuigd dat je het niet willen hebben van materie kunt trainen. Als ik met mijn gezin bij Ikea ben, dan kan ik heel goed weerstand bieden aan alle spullen die in de winkel zo handig lijken – batterijen, waxinelichthouders, opbergdozen voor de batterijen en waxinelichthouders. Met kleding heb ik wat meer moeite. Het mooie is dat ik er sinds dat jaar wat losser in ben geworden. Ik kan ook heel erg genieten van luxe, juist omdat ik met zo weinig leef.

Minder bezittingen is echt minder zorgen. Mijn mooiste fantasie is een huis met bijna geen spullen, en een moestuin.’

5. Carmen Bihari, financieel medewerkster bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Verzamelt horloges. Twee jaar geleden werd haar verzameling gestolen.

‘Ik heb altijd al van mooie spullen gehouden. Vooral accessoires en parfum, daar ben ik dol op. Ik denk dat ik wel honderd flessen parfum heb. En ik ben een merkenvrouw. Daar geef ik veel geld aan uit. Tassen van Michael Kors bijvoorbeeld. En horloges. Van die grote, die echt op een sieraad lijken. Ik reis veel en als het kan koop ik altijd een horloge voor mijzelf. Het is echt een mooie verzameling. Aan kleren of andere spullen geef ik niet zo veel uit, het zijn echt die accessoires, en parfum. Ik begon met verzamelen toen ik achttien was en ging werken. Op kantoor zag ik mensen om me heen met mooie spullen. Dat wilde ik ook. En ik wilde er netjes uitzien. Toen ik jong was kocht ik klakkeloos alles wat ik mooi vond, maar later ben ik wel bewuster gaan kopen. Dan vraag ik mezelf eerst af of ik het wel echt nodig heb. Ik kan alles kopen wat ik wil, maar soms denk ik: ik lijk wel gek om nog meer te kopen. Een keer in de zo veel tijd ruim ik alles op. Weggooien doe ik nooit. Ik geef het altijd aan mijn zus of moeder. Ik vind het leuk om mensen om me heen blij te maken.

Twee jaar geleden werd er ingebroken en zijn al mijn horloges, sieraden en een paar dure tassen gestolen. Ik ben daar echt een jaar kapot van geweest. Het was echt een bijzondere verzameling en elk horloge had emotionele waarde. Zo’n la vol horloges is eigenlijk een la vol herinneringen. Die kun je niet vervangen, ook al ben ik nu weer bezig een nieuwe verzameling aan te leggen. Of je van veel spullen gelukkig wordt? Nee. Maar ik kan wel heel gelukkig worden als ik naar een van mijn tassen of horloges kijk. Ik kan daar wel honderd keer naar kijken. Maar dat heb ik ook als ik een kastje van Ikea koop voor vijftig euro. Ik hou gewoon van mooie spullen, of ze nu duur zijn of goedkoop.’

Waarom kopen we zo veel spullen?

Waarom kunnen we zo gelukkig worden van een nieuwe telefoon een dure bank of een paar kekke laarzen? Oké, je kunt er mee bellen, op zitten, op lopen, dat is praktisch. Maar ‘praktisch’ is niet de reden waarom we zo blij kunnen worden van spullen. Blij worden we er wel van, maar dat gevoel is helaas vaak van korte duur want echt gelukkig word je er niet van. Waarom niet? Uit onderzoek blijkt dat er een aantoonbaar verband is tussen materialisme en een laag gevoel van eigenwaarde. En onder materialisme verstaan de onderzoekers dan niet dat je de Bijenkorf leeg koopt, maar dat je je geluksgevoel laat afhangen van de spullen die je hebt.

Je kunt stellen dat er grofweg drie redenen zijn waarom mensen spullen kopen. De eerste is een praktische. Ik koop een televisie omdat ik tv wil kijken. Dat hoeft geen wandvullend monster te zijn met Dolby Surround, als er maar een aan-en-uit-knop op zit.

De tweede reden is dat de spullen laten zien wie wij zijn. Nu wil ik zelf nog niet dood gevonden worden, in een paar UGGs, maar er zijn genoeg vrouwen die ze – zelfs in de zomer! – dragen. Dat zijn echte UGGS-vrouwen. Een mooi voorbeeld is ook de auto die je rijdt. Reclamemakers weten namelijk al lang dat je die niet alleen koopt om zo snel mogelijk van A naar B te komen. Auto’s, telefoon, kleding, het is ook bedoeld om de buitenwereld te laten zien: kijk, dit ben ik.

Pas daarna komen mensen in de gevarenzone van materialisme. Ze kopen elk jaar een nieuwe iPad, richten hun huis elk jaar opnieuw in en hebben meer cocktailjurkjes in hun kast dan ze uitnodigingen voor feesten krijgen. Ze kopen in een zoektocht naar geluk. Het gevoel van geluk bij elke aankoop is echter van korte duur en wordt nog korter naarmate je meer koopt. Het achterliggende motief van deze ‘koopziekte’ is volgens psychologen een laag zelfbeeld. Hoe slechter iemand over zichzelf denkt, hoe meer hij of zij consumeert.

Nu schuilt er in ieder van ons wel een materialist. Net als met veel andere persoonlijkheidseigenschappen zitten de meeste mensen op een glijdende schaal. Om te meten waar je op die schaal zit, bestaat er een materialismetest. De makers ervan ontdekten dat wie hoog scoort op de materialismeschaal over het algemeen laag scoort op algeheel geluksgevoel. Zijn mensen met veel spullen minder gelukkig? Nee, zo stellig kun je dat niet zeggen. In een wereld waar je de hele dag gebombardeerd wordt met reclame, is het soms moeilijk weerstand bieden. Wat we wel kunnen leren van de sobere consumenten, is dat je je kunt afvragen of je iets echt nodig hebt. En koop je het toch, dan mag het ook wel eens tweedehands zijn of van een kwaliteit waardoor het heel lang meegaat. Eerst je oude spullen wegdoen (Kringloopwinkel!) mag ook. Van een opgeruimd huis is ook nog nooit iemand ongelukkig geworden.

Door: Manon Sikkel

Image:

Ook verschenen in: Margriet 2014

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s