Mijn kind is hoogbegaafd

hoogbegaafd samantha sophiaHoogbegaafdheid is een talent dat goed begeleid moet worden. Want een extreem hoog IQ betekent niet dat je zorgeloos door het leven fietst, is de ervaring van psycholoog Manon Sikkel, zelf moeder van zo’n superslim kind.

Het is vrijdagochtend en ik loop achter mijn zoon van 7 naar school. Hij huppelt en ik krijg tranen in mijn ogen. Huppelen, ik wist niet eens dat hij dat kon. Hij heeft een klas overgeslagen en hij straalt. Hij heeft opeens ook vrienden. Heel grote jongens die hem gewoon opbellen om te komen spelen en meisjes die om zijn grapjes lachen.

Toen mijn zoon indertijd naar groep 1 ging, had hij veel interesse in letters, maar ik was de laatste die hem zou aanmoedigen om al snel te leren lezen. Liever niet zelfs. Van mij mocht hij de eerste jaren zoveel mogelijk spelen en ravotten. Ik verbaasde me over ouders die in de kleuterklas aan de juf om extra taakjes voor hun kinderen vroegen en die hun 5-jarigen al de tafels leerden. Kinderen die op hun 4e het alfabet al konden schrijven, hadden vast ouders die ’s avonds met hen oefenden, dacht ik.

Groot was mijn verbazing toen ik na dat eerste schooljaar op een Frans terras zat met een vriend. Zijn hoogbegaafde dochter vroeg wijsneuzerig aan mijn zoon of hij al kon lezen. ‘Natuurlijk,’ zei hij. ‘O ja?’ vroeg de dochter van mijn vriend. ‘Wat staat daar dan?’ Ze wees op een bord aan de overkant van het plein en keek hem uitdagend aan. ‘Daar staat cinéac,’ antwoordde hij.

Ik begreep er niets van en vroeg hem hoe hij dat geleerd had. Hij legde me uit dat het vrij simpel was. Je keek naar de nummerborden van auto’s, zei de letters hardop, net zo lang tot je ze allemaal kende om ze vervolgens achter elkaar te plakken.

Op school vertelde ik licht beschaamd tegen de juf dat mijn zoon nu kon lezen. Snel voegde ik eraan toe dat ik hem dat echt niet had geleerd. De juf lachte vriendelijk maar besteedde er verder geen aandacht aan. Wel klaagde ze bij elk oudergesprek dat hij zo vervelend was in de klas en tijdens het kringgesprek altijd onderuitgezakt op zijn stoel naar het plafond staarde. Maar noch de juf noch ik wisten wat we daaraan konden doen. Ook de juf van groep 3 wist vervolgens niet goed wat ze met hem aan moest en maakte hem bij gebrek aan vrijwilligers ‘bibliotheekmoeder’. De juf, mijn zoon en ik vonden dat allemaal grappig, maar nuttig was het natuurlijk niet.

In groep 4 ging het echt mis. De nieuwigheid van lezen en rekenen was eraf en de nieuwe juf bracht geen enkele differentiatie aan in de lesstof. Op het moment dat hij dagelijks met hangende schouders naar school sjokte en eruitzag als een verdrietig oud mannetje in een kinderlichaam, besloot ik in te grijpen.

Ik vroeg een gesprek aan bij de intern begeleider. Die vertelde me blij dat de school zojuist een nieuw computerprogramma had aangeschaft waarbij leerkracht, intern begeleider en ouder ieder een vragenlijst invullen over het kind. De drie uitslagen worden gecontroleerd en het programma raadt vervolgens aan of het kind in aanmerking komt voor extra uitdagend werk. In ons geval was de ellende eigenlijk pas echt begonnen in groep 4, met een juf die niet inzag dat hij snel van begrip was en hem op geen enkele manier uitdaagde. Het was dan ook niet verwonderlijk dat zij invulde dat hij een middelmatige leerling was. Hoogbegaafdheid, zo blijkt, wordt niet door alle docenten herkend.

De intern begeleider, die hem slechts één keer had ontmoet, zag ook niet echt een slimmerik in hem. En ik wilde natuurlijk niet als een overdreven moeder overkomen, dus zwakte ik al mijn antwoorden over zijn prestaties en manier van denken een beetje af. Het gevolg was dat er uit het onderzoekje naar voren kwam dat er geen enkele reden was om hem extra werk aan te bieden.

Omdat ik nog steeds een kind had dat zich elke dag met tegenzin naar school sleepte en steeds minder aansluiting had in de klas, begon ik met plan B. De vriend met wie ik op het Franse pleintje had gezeten, raadde me aan om mijn zoon te laten testen. ‘Je weet natuurlijk zelf al lang dat hij hoogbegaafd is,’ zei hij. ‘Je moet het alleen even zwart op wit hebben, dan kun je veel makkelijker met de school praten.’

En zo nam ik mijn zoon van 7 mee naar een testbureau. Een begeleider sprak met hem en liet hem in twee middagen testen. Daarna vertelde hij dat mijn zoon een extreem hoge score op de IQ-test had gehaald, dat hij anderhalf jaar voorliep op de gewone lesstof en dat een klas overslaan echt de enige optie was, gevolgd door een aangepast lesprogramma.

Dit rapport bracht niet alleen mijn zoon, maar de hele school in een versnelling. De intern begeleider sprak met de andere leerkrachten, mijn zoon werd ook door de school getest en een maand later stapte hij halverwege het jaar over naar groep 5.

Vanaf de eerste dag in de nieuwe klas had ik een ander kind. Blij dat alles nu goed was, haalde ik wat boeken uit de bibliotheek over hoogbegaafdheid. En bij het lezen daarvan schrok ik pas echt.

Want mijn zoon huppelde dan nu wel naar school, volgens de boeken kon dat elk moment afgelopen zijn. Hij moest nog steeds gestimuleerd worden. Niet met extra werk – want welk kind wil nou extra werk – maar met uitdagende opdrachten. Na een versnelling (in het ideale geval versneld door de lesstof gaan, in andere gevallen een klas overslaan) moet altijd verbreding (andere vakken zoals Spaans, filosofie, meetkunde) en verdieping (dieper op het onderwerp ingaan) volgen. Want, zo leerde ik, de hersens van een hoogbegaafd kind werken zo snel dat het ook na een klas overslaan al snel weer voorop loopt. En omdat je een 10-jarige niet al op de middelbare school wilt hebben, is het belangrijk om tot en met het laatste jaar de stof compact te maken (indikken) en uit te breiden, zonder op de rest van de klas voor te gaan lopen.

Met al mijn nieuw opgedane kennis stapte ik naar school en trof daar gelukkig een docent die de hoogbegaafde kinderen uit verschillende klassen en jaren onder schooltijd bij elkaar bracht voor uitdagend onderwijs. De veranderingen op school werden niet alleen veroorzaakt door een aantal enthousiaste docenten, maar kwamen ook vanuit het ministerie van Onderwijs, dat scholen aanspoorde om hoogbegaafde kinderen als uitschieters naar boven evenveel aandacht te geven als de uitschieters naar onderen, de zorgkinderen.

De vriend met de hoogbegaafde dochter stuurde zijn kinderen een middag in de week naar een externe plusklas. Met toestemming van school zaten ze een middag op een andere school, waar ze op hun eigen niveau werden uitgedaagd. Ook ontdekte ik de Leonardoscholen, reguliere basisscholen die in kleinere klassen een aangepast leerprogramma aan hoogbegaafden bieden. En hoe graag ik mijn zoon onderwijs gunde dat beter aansloot bij zijn interesses en leervermogen, toch verzette ik me tegen het idee van een aparte school of aparte klas. Liever zag ik gedifferentieerd onderwijs in de eigen klas. Waarbij elke leerling voor elk vak op zijn eigen niveau een lesprogramma krijgt.

Hoe meer ik lees over het onderwerp, hoe meer ik inzie dat het een talent is. Niet anders dan de gave om te kunnen voetballen, tekenen, muziek te maken of een talent om met mensen om te gaan.

Het talent dat hoogbegaafden hebben, is dat ze snel informatie met elkaar kunnen verbinden. Nieuwe informatie kunnen ze daardoor makkelijk in verband brengen met de kennis die ze al hebben. Het is misschien ook wel de reden dat je ontzettend kunt lachen met heel slimme mensen. Ze leggen verbanden die anderen niet zo snel zien. Een hoog IQ alleen is geen garantie voor uitzonderlijke prestaties. Om van hoogbegaafdheid te kunnen spreken is ook een bovengemiddelde mate van creativiteit en doorzettingsvermogen nodig. En zoals een muziekaanleg weinig waard is als je nooit een muziekinstrument in handen krijgt of niet genoeg oefent, zo moet een hoogbegaafd kind ook zijn talent oefenen.

Zij moeten namelijk ‘leren leren’. Veel hoogbegaafde kinderen kunnen de hele basisschoolperiode doorkomen zonder echt hun hersenen te laten kraken. Voor velen gaat kennis verwerven vanzelf. Als je alles al weet of als alles zo logisch is dat je het zelf kunt bedenken, leer je nooit de grenzen van je eigen leervermogen kennen. Bovendien leer je niet om fouten te maken. Als je nooit ergens moeite voor hoeft te doen, leer je ook niet omgaan met frustratie. Waardoor het risico ontstaat dat je alles wat je niet kunt, gaat vermijden. Mijn zoon bleek een goede schaker te zijn. Na een tijdje zelfs beter dan ik. Terwijl hij zijn vader en zus lachend van het bord veegde, zette ik al mijn energie in om van hem te winnen. Niet omdat ik zo graag wilde winnen, maar omdat ik wilde dat hij zou kunnen omgaan met het gevoel van iets niet kunnen. Nadat hij van mij had verloren, rende hij huilend naar zijn kamer. Ik legde hem uit dat het niet erg was om te verliezen en bood hem revanche aan. Bovendien liet ik steeds heel duidelijk merken dat ik soms ook iets niet snapte of niet kon. Trots zijn op een prestatie als je je echt hebt ingespannen, is iets wat ik mijn zoon moest leren. Hij had het idee dat hij alles al kon en als hij iets niet kon – een nieuwe sport bijvoorbeeld – gaf hij al heel snel op.

Daarom leerde ik hem pannenkoeken bakken, een pijl en boog maken en schafte ik een doodsaaie cursus aan om blind te leren typen.

Terwijl de school structureel aandacht ging besteden aan hoogbegaafdheid en ik thuis mijn best deed om mijn zoon te leren omgaan met frustratie, ontdekte ik een nieuw aspect van zijn slimme kop. Hoogbegaafde kinderen zijn zo gewend om te steunen op hun cognitieve capaciteiten, dat ze denken dat alles cognitief is op te lossen, ook emoties. Zijn soms heftige reactie bij verdriet, teleurstelling of woede had ik tot dan toe toegeschreven aan zijn karakter, maar nu begreep ik dat het met zijn manier van denken te maken had. Ik legde hem uit wat er in zijn hoofd gebeurde als hij boos, blij of verdrietig was. Ik vertelde dat hij twee hersenhelften heeft. In de linker zitten de denkhersenen, in de rechter de emoties. Die denkhersenen, daar was hij de baas over, maar die rechterhersenen deden wat ze wilden. Maar hij kon er wel naar kijken. Ik legde hem uit dat emoties komen en gaan. Als hij boos was, legde ik hem uit dat hij nu heel boos was, maar dat hij – als ik na vijf minuten zou vragen hoe het ging – zou merken dat hij dan al iets minder boos zou zijn. En tien minuten daarna nog minder. En dat hielp.

Mijn verbazing over zijn manier van denken en mijn ergernis over de moeizame onderhandelingen op school zijn nu, vijf jaar later, langzaamaan verdwenen. Ik heb het probleem aangepakt zoals ik de meeste problemen aanpak. Door er elk boek over te lezen dat er over het onderwerp bestaat. En al lezend kwam ik terecht bij de Amerikaanse journaliste Alissa Quart, die een boek schreef over extreme parenting: ouders die zich extreem bemoeien met de opvoeding en hun kind als een botanisch kasplantje behandelen. Het hebben van een begaafd kind is volgens haar voor deze ouders de ultieme vorm van maatschappelijk succes. Kijk eens hoe goed ik ben, ik kan een kleine Einstein op de wereld zetten. Ook het voortdurend uitdagen en verrijken van je kind is volgens Quart een kwaal van overijverige ouders. Het is het beeld dat ik ook in de media terugvind wanneer het over ouders van hoogbegaafde kinderen gaat. Een beeld waar ik mezelf niet in herken. Ik heb mijn best gedaan om hem beter te begrijpen, zodat ik thuis en op school zijn omgeving een klein beetje kon veranderen. Niet om een kleine Einstein van hem te maken, maar omdat het mijn hart brak om hem ongelukkig te zien.

Kenmerken van hoogbegaafdheid

– Snelle taalontwikkeling die al opvalt op jonge leeftijd

– Wiskundig inzicht

– Grote nieuwsgierigheid

– Leergierigheid

– Veel energie

– Veel interesses

– Een buitengewoon goed geheugen

– Een bijzonder gevoel voor humor

– Een sterk rechtvaardigheidsgevoel

– Een groot empathisch vermogen

– Goed concentratievermogen

– In staat verschillende taken tegelijkertijd uit te voeren

– Al jong een sterke interesse in complexe onderwerpen

– Vroege interesse in de zin van het leven

– Kritisch tegenover volwassenen

– Argumenten beoordelen op redelijkheid, niet op wie het zegt

Door: Manon Sikkel

Image:

Ook gepubliceerd in: JM 2009

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s