Met de eerste trouwde ik omdat het praktisch was, met de tweede trouwde ik uit liefde

wedding andrew itagaHard huilend bleef Annelies achter, de dag dat haar vriendje op de kleuterschool verhuisde. Nooit meer hoorde ze van hem. Tot ze tweeëndertig jaar later een mailtje kreeg van een journalist: ‘Ben jij de Annelies die vroeger mijn vriendinnetje was?’

“Mijn man dronk. Niet veel, maar wel stiekem. En steeds meer. Ik vond flessen wodka verstopt in de boekenkast. En als hij van zijn werk vertrok, dan kocht hij een sixpack bier en dronk dat op weg naar huis op. Maar daar kwam ik later pas achter. Een jaar daarvoor waren we met onze twee kinderen van Amsterdam naar Vinkeveen verhuisd. Een leuk dorpje aan het water, zo dachten we. Maar ik had totaal geen aansluiting met de mensen daar. Ik was beginnend freelancer en werkte vanuit huis. Bovendien had ik nog een kleuter en een baby. En een man die steeds meer ging drinken. Op een dag had ik er genoeg van. ‘Ik wil dat je hulp gaat zoeken,’ zei ik, ‘en anders…’ Dat klonk heel dreigend, alsof ik anders bij hem weg zou gaan, maar zo had ik dat natuurlijk niet bedoeld. Ik wilde gewoon dat hij iets aan dat vele drinken zou doen.

Op een avond stond hij te koken. Ik keek naar hem vanaf de bank en dacht weemoedig: wat jammer dat hij er straks niet meer is. Ik schrok van mijn eigen gedachte. Alsof ik voelde dat hij dood zou gaan.

Op een avond, het was 30 mei 2002 om kwart voor acht, zat ik op een bankje in de zon. De kinderen lagen in bed. Ik zag hem komen aanlopen, terug van zijn werk, en hij keek zo vreselijk somber. ‘We moeten praten’, zei hij. Dat bankje in de zon leek me daar een prima plek voor, maar hij wilde naar binnen. ‘Wat ik nu ga zeggen wil je liever binnen horen,’ zei hij, en toen: ‘Ik heb een kind bij iemand anders.’ Al anderhalf jaar had hij een kind bij een andere vrouw. Ze kenden elkaar uit het café waar hij werkte. Een meisje had ze gekregen, nog geen jaar voor onze jongste dochter werd geboren. Ik had het op geen enkele manier zien aankomen. Heel Vinkeveen draaide rond. ‘Ga weg,’ zei ik. Aan scheiden dacht ik niet op dat moment. Ik wilde gewoon niet met die man in een ruimte zijn. Hij pakte zijn weekendtas en tien minuten later was hij vertrokken. Ik denk dat hij vreselijk opgelucht was dat hij het eindelijk had durven vertellen. Hij liep al anderhalf jaar met dat reusachtige geheim rond en het drinken was alleen maar om dat schuldgevoel te dempen. Althans, dat denk ik. Hij heeft later met diezelfde vrouw nog een kind gekregen. Ze wonen geloof ik niet meer bij elkaar, maar hoe dat precies zit, daar vraag ik niet naar.

Ik heb die eerste twee jaar als een zombie geleefd. Ik had een gat in mijn ziel. In mijn hart vooral. Daar zat ik, in dat dorp aan die plas waar ik niemand kende, als beginnend zzp’er en met twee kleine kinderen. De jongste was dertien maanden. Ik had wel eens leukere tijden gehad. Maar ik overleefde. En op een avond, 6 december, om elf uur ’s avonds, opende ik mijn mail. Er was een bericht van ene E.J. van NRC Handelsblad. Het was een heel kort mailtje. ‘Ben jij de Annelies die vroeger mijn vriendinnetje was?’ Dat was ik. En hij was mijn eerste vriendje, Jacco. Wanneer ik later in mijn hoofd al mijn vriendjes af ging, dan telde ik hem altijd mee. Vijf, zes jaar waren we en we waren echt onafscheidelijk. Hand in hand liepen we op het schoolplein van de Bezige Bijtjes, zoals onze kleuterschool heette. We woonden in Oostvoorne, op een van de Zuid-Hollandse eilanden. Toen hij zes was verhuisden zijn ouders naar Badhoevedorp, dat was flink ver weg. Op de dag van de verhuizing ging hij voor het laatst naar school. Zijn vader kwam hem in de klas halen en daar zat ik, hard huilend in een hoekje van de klas. Nog één keer heb ik een kaart van hem gekregen, daarna heb ik nooit meer iets van hem gehoord. Tot die avond in december dus, 32 jaar later.

Nog diezelfde avond schreef ik terug. Wat volgde was een mailwisseling in razend tempo. Twee mensen die allebei goed kunnen schrijven, daar spatten de vonken vanaf. Ik vind het heel sexy als iemand goed kan schrijven. Bovendien had hij me op precies het goede moment geschreven. Mijn ergste mannenhaat was wel voorbij, de diepste wonden net genezen.

Er kwamen allemaal herinneringen terug. Hoe we samen aan de watertafel speelden, handjes vasthielden en hij kon heel goed strikken maken. Ik kon me zelfs zijn zesde verjaardag nog herinneren. Hij vond het stoer dat mijn vader zeeman was, ik vond het interessant dat die van hem dominee was. Tot de dag dat hij mailde had ik een keer per jaar wel eens aan hem gedacht. Maar ik was niet iemand om dan te gaan googelen. Hij wel. Hij had heel vaak nog aan mij gedacht en was mij gaan opzoeken toen zijn  vader mijn naam in de Trouw had zien staan.

Drie weken later spraken we af. In een café op de Zeedijk in Amsterdam. Het café speelde een rol in een boek van Arthur Japin dat ik net op dat moment aan het lezen was. Hij toevallig ook.

Ik schrok toen ik hem zag. Hij was zo anders dan ik had gedacht. Ik val op macho-achtige, stoere mannen. Jacco is heel netjes, een beetje ouderwets, en hij houdt van opera. Met opera kun je mij echt het huis uit jagen.

We kwamen er die avond achter dat we allebei stage hadden gelopen bij de Trouw, met maar twee jaar ertussen. En na mijn afstuderen, eind jaren tachtig, bleken we zelfs bij elkaar in de straat te hebben gewoond in Amsterdam. Mijn relatie was net uit en ik woonde bij mijn zus. Verderop in de straat woonde hij. Misschien stonden we elke ochtend bij dezelfde bakker. Het café waar ik werkte, daar kwam hij vaak. Grote kans dat hij gewoon aan de bar een biertje bij me heeft besteld. Het is net alsof het lot steeds geprobeerd heeft ons bij elkaar te brengen. Maar we herkenden elkaar niet.

Die avond van ons eerste afspraakje miste ik mijn trein. Niet eens expres trouwens. Wist ik veel dat er geen nachttreinen tussen Amsterdam en Utrecht reden.

Ik bleef bij hem slapen. Ik in zijn bed, hij op een matrasje in de woonkamer. Maar dat was theater natuurlijk, want verliefd waren we al lang. In al die honderden e-mails die we elkaar hadden geschreven. Al mailend zijn we verliefd geworden.

‘Was je ook verliefd op me geworden als je me niet als kleuter al had gekend?’ Vroeg ik later. Hij beweerde van wel. Ik weet het niet. Hij was de ware nooit tegengekomen zei hij. Hij had wel vriendinnen gehad en ook samengewoond, maar de relaties werden steeds korter en steeds fladderiger. Tussen ons was het vanaf het begin goed. Ik vond al vrij snel onverdraaglijk als hij wegging. Drie maanden later woonden we samen. We stonden er zelf ook van te kijken, maar het voelde niet goed om niet bij elkaar te zijn.

Precies een jaar na dat eerste mailtje vierde hij zijn veertigste verjaardag. Die dag hadden we een bod gedaan op een huis in Haarlem en had ik ontdekt dat ik zwanger was. Het ging allemaal razendsnel, maar alles klopte. En alles klopt nog steeds. Hij is een heel ander type man dan waar ik ooit op ben gevallen. Ik hield wel van een beetje macho-mannen, kroegtijgers zoals ik. Jacco is heel netjes. Hoffelijk ook. Ik heb wel eens geprobeerd om hem in cowboylaarzen te krijgen, maar dat is niks voor hem. Ik moet wel eerlijk zeggen dat die Don Juans me niet veel goeds hebben gebracht. De een was nog ontrouwer dan de andere. En in het geheim een kind bij een ander verwekken is natuurlijk de overtreffende trap van ontrouw. Het is zielig voor Jacco dat ik mijn vertrouwen in mannen zo ben kwijtgeraakt. Ik durf het bijna niet te hopen maar denk soms, stel je voor dat ik nou net die ene echt trouwe man heb getroffen. Ik denk dat ik dat pas durf te geloven als we samen in het bejaardentehuis zitten. Op dit moment zijn de tekenen goed.

Ik hou van zijn rust en van zijn volwassen uitstraling. Bij hem zijn voelt als een warm bad. Hij is gewoon een ontzettend lieve man. Eigenlijk is hij nog net zo lief als ik hem vond toen hij mijn kleuterschoolliefje was. En hij houdt van mijn energie denk ik. En van mijn koken. En dat ik enthousiast ben en hem kan meeslepen. Ik ben wat minder onbesuisd geworden, hij wat bourgondischer.

Die eerste jaren van onze relatie heeft hij ook veel drama’s moeten meemaken. Hij had er niet om gevraagd en kreeg het er allemaal bij, een gescheiden vrouw met twee kinderen en een rare ex-man. Over de nasleep van die scheiding, daar zou ik een boek over kunnen schrijven. Het gekke is dat ik die andere vrouw van alles heb verweten. Maar nu zou ik haar bijna dankbaar moeten zijn. Ik vraag me wel eens af hoe het zou zijn gegaan als mijn ex niet een kind bij een ander had verwerkt. Ik ben nu met mijn grote liefde. Dit geluk heb ik aan haar te danken, dat is een bizar gegeven.

Onze zoon is nu vijf jaar, precies even oud als wij waren toen we voor het eerst met elkaar gingen. Een paar jaar geleden zijn we getrouwd. Waarom? Vanwege de romantiek. Met de eerste man trouwde ik omdat het praktisch was. Met deze trouwde ik uit liefde.”

Door: Manon Sikkel

Image:

Ook gepubliceerd in : De Liefde 2012

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s