Wat moet je doen bij een bommelding?

Wat moet je doen bij bommelding Anna DziubinskaWat doe je als je lingerie gaat passen bij de Bijenkorf en het brandalarm gaat af? Ren je dan in je nieuwe ondergoed naar buiten of reken je eerst af?

Mijn dochter (17) en ik drinken koffie bij de Bijenkorf. Ze heeft net vierhonderddertig jurken gepast voor haar diploma-uitreiking de volgende dag. Omdat ze haar been heeft gebroken, loopt ze op krukken en is blij dat ze eindelijk zit. Rond half vier klinkt het alarm. Mijn dochter kijkt niet op van haar telefoon. Op het Barlaeus, zo zegt zij, is er elke maand een brandalarm en er zijn tijden geweest dat er drie keer in het uur vals alarm was. Ze reageert daarom sneller op het bliepje van haar Whatsapp dan op het alarm van de Bijenkorf.

Het echtpaar naast ons reageert ook niet. Niemand van de mensen om ons heen lijkt ook maar enigszins onder de indruk van het alarm – dat toch zo hard is dat een gesprek voeren bijna onmogelijk is. De enige die even opkijkt, is de mevrouw van de koffie. Omdat niemand reageert, sta ik op om haar om advies te vragen. Hebben ze bij de Bijenkorf vandaag toevallig brandoefening? Maar nog voor ik bij de kassa ben, klinkt de stem van een vriendelijke vrouw die meldt dat er een technische storing is en iedereen het pand moet verlaten. Mijn dochter zucht en gaat op zoek naar haar krukken. Wanneer me dat te langzaam gaat, zegt ze: ‘Het is maar een technische storing, mam.’ Ik leg uit dat je mededelingen via de intercom niet altijd moet geloven. Door het een technische storing te noemen, blijven mensen rustiger dan wanneer je ze vertelt dat de bovenste etage in brand staat. En zeker rustiger dan wanneer je zegt dat er een bommelding is – zoals het geval blijkt.

Volgens een woordvoerder van de Bijenkorf was het hele pand binnen tien minuten ontruimd. Over de snelle evacuatie niets dan lof, maar eenmaal buiten blijven mensen wat onhandig wachten op verdere instructies, die niet komen. Zelfs een half uur later staan er nog mensen op het Damrak. De mannen van de Noord-Zuid-lijn hebben het werk neergelegd en staan allemaal op een rij te bellen. Toeristen slenteren in de richting van de Dam. Niemand let op de zwerver die mensen aanspreekt om te vertellen dat er een bommelding is. Behalve ik.

Toevallig heb ik vorig jaar voor Psychologie Magazine David Canter geïnterviewd, de Engelse psycholoog die in de jaren tachtig onderzoek deed naar menselijk gedrag bij brand in openbare ruimtes. Zijn grootste onderzoek is dat naar de brand in metrostation King’s Cross in Londen, waarbij eenendertig mensen omkwamen. Terwijl er onder de grond al lang een flinke brand was en mensen naar boven vluchtten, stapten anderen, al krant lezend, op de houten roltrappen naar beneden. Zelfs treinstellen stopten nog op het station om mensen er op de brandende halte uit te laten. Niet uit dommigheid, maar omdat mensen heel moeilijk uit hun rol te krijgen zijn. De rol van metroreiziger in dit geval. En ook omdat mensen zich slecht kunnen voorstellen hoe ernstig een situatie kan zijn. Bij het horen van een alarm denkt vijfenzeventig procent van de mensen dat het vals alarm is.

Onderzoek naar het vluchtgedrag van mensen bij het horen van een alarmsignaal is pas echt van de grond gekomen na de aanslagen op het World Trade Center in New York. Daarvan is bekend dat mensen vier verschillende handelingen verrichten voor ze overgaan tot evacuatie. Gemiddeld duurt het drie minuten voor mensen daadwerkelijk van hun bureaustoel opstaan. In het ergste geval is dat zelfs een half uur. Bij een brandoefening leer je nooit om eerst je e-mail te beantwoorden en dan het pand te verlaten. Toch is dat wat mensen in kantoorgebouwen vaak doen wanneer ze een alarmsignaal horen. Het probleem is niet de tijd die mensen nodig hebben om bij een nooduitgang te komen, maar de tijd die mensen nodig hebben om te realiseren dat ze het gebouw moeten verlaten.

Zijn mensen dan, net als mijn dochter, zo murw geworden door al die verplichte brandoefeningen dat ze er niet meer op reageren? Nee, mensen zijn gewoontedieren. We vluchten liever via de bekende hoofduitgang dan via de nooduitgang. Ook dat wist ik toen ik koffie dronk in de Bijenkorf. Want ik had niet alleen de Engelse vluchtdeskundige gesproken, maar ook de Nederlandse onderzoekster Margarethe Kobes, die aan de VU promoveerde op menselijk vluchtgedrag bij brand. Daarvoor vroeg ze mensen deel te nemen aan een onderzoek naar verkeersveiligheid. Na afloop kregen ze als beloning een overnachting in Hotel Veluwemeer, waar het eigenlijke experiment begon. Midden in de nacht werden de argeloze hotelgasten een voor een uit hun bed gebeld met de mededeling dat er brand was en ze het hotel zo snel mogelijk moesten verlaten. Kobes bestudeerde vervolgens hoe ze dat deden. Ontwerpers van gebouwen plaatsen naar alle voorschriften brandtrappen en nooduitgangen, maar in de praktijk blijken gebruikers van een gebouw bijna nooit de nooduitgang te nemen. De gasten van Hotel Veluwemeer kozen er bijna allemaal voor om het zogenaamd brandende pand via de hoofdingang te verlaten, terwijl de nooduitgang toch echt dichterbij was.

Ook ik verliet de Bijenkorf na de bommelding via de gewone uitgang, terwijl mijn tafeltje echt pal naast de nooduitgang stond en ik altijd al tegen zo’n deur heb willen duwen waarop staat: alleen gebruiken in geval van nood. Maar laat dat nou precies zijn wat de meeste mensen niet zien. Ze herkennen een noodsituatie zelden als zodanig, dus waarom zou je dan de branddeur openen? Ondanks al mijn kennis over menselijk vluchtgedrag had ook ik geen seconde het idee dat er iets ernstigs aan de hand was en mijn dochter en ik door een bom naar buiten geblazen konden worden. Is dat hoe de Spaanse treinreizigers dachten toen er in 2004 dertien bommeldingen waren, er tien bommen afgingen en 191 mensen werden gedood en 1857 werden gewond? Waarom zou zo iets wel in een Spaanse forenzentrein gebeuren en niet in dat grote warenhuis recht tegenover het paleis op de Dam?

De bommelding bleek vals alarm. Maar wat als er echt een bom was afgegaan? Dan stonden er duizenden mensen op het Damrak. De werkers van de Noord-Zuid-lijn die voor de deur stonden te bellen waren er zeker niet meer geweest. De toeristen aan de overkant misschien ook niet meer. Ik heb genoeg bomaanslagen op televisie gezien om te weten hoe groot het bereik van een flinke bom kan zijn. De evacuatie van de Bijenkorf verliep vlekkeloos. Maar waarom bleven zo veel mensen dan buiten staan kijken? Waarom waant iedereen zich veilig op honderd meter afstand van een gebouw waar misschien wel een bom ligt?

De vriend van mijn broer woonde ooit in Enschede. Zijn tuin grensde aan de vuurwerkfabriek. Het was een snikhete dag in mei toen hij daar lag te zonnen en er van achter zijn schutting vuurpijlen de lucht in gingen. Zonder af te wachten op wat zou volgen, is hij opgestaan en het huis uitgerend, zo ver mogelijk van de vuurwerkfabriek vandaan. Een uur later was er niets meer over van zijn huis. Hij kon niet eens meer bepalen waar het had gestaan. Maar het feit dat hij zo snel mogelijk vertrok heeft zijn leven gered. Ik heb zijn verhaal altijd onthouden en nam mijn dochter mee, zo ver mogelijk bij de Dam vandaan.

Interessant blijft de vraag waarom mensen zo traag reageren. Omdat we kuddedieren zijn en in geval van nood terugvallen op dat groepsgedrag. We kijken om ons heen om te zien wat de anderen doen, we wachten gelaten tot iemand de leiding neemt en volgen daarna braaf de aanwijzingen van de leider. Bij de bommelding bij de Bijenkorf was de omroepster via de intercom onze leider. Ze vertelde precies wat we moesten doen en waarom. Eenmaal buiten werden mensen weer een kudde verloren schapen en wachtten de meeste af op wat er nu zou gebeuren. Gelukkig niets.

De bommelding van woensdag heb ik overleefd. Ik heb er een koffiekopje van de Bijenkorf aan overgehouden – want ik vond het zonde om de net bestelde koffie te laten staan. Ik vraag me wel af wat we gedaan hadden als we net in het pashokje hadden gestaan in een jurk van Filippa K. En wat als je net lingerie aan het passen bent? Ren je dan in je beha met labels eraan naar buiten of kleed je je eerst weer aan? Dat is nog iets om over na te denken. Wat ik mijn dochter vertelde is dat je beter honderd keer te veel kunt evacueren dan een keer te weinig. Met de diploma-uitreiking in het vooruitzicht en nog steeds geen jurk die kleurde bij haar gips, denk ik overigens niet dat die boodschap is blijven hangen. Daarom dat ik het opschrijf. 

Door: Manon Sikkel

Image: Anna Dziubinska

Ook gepubliceerd in: Het Parool 2014

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s