Achter tralies – het leven in het huis van bewaring

gevangenis christian bardenhorstHet Huis van Bewaring. Honderden gevangenen wachten hier op hun strafzaak. Soms een paar maanden, soms twee of drie jaar. Het regime is er streng, maar net als in de gevangenis is er een levendige handel in drugs, alcohol en mobiele telefoons. Een ex-gevangene, een medewerker, een advocaat en een moeder vertellen over hun ervaringen in het Huis van Bewaring.

“Drank, biefstuk, drugs, ik kon het allemaal krijgen.”

Eef, ex-gevangene

De Haagse Al Capone, zo werd hij genoemd. Handlanger van Klaas Bruinsma en verdacht van brandstichting en bomaanslagen. Eef bracht veertien jaar van zijn leven door in de gevangenis. Nu woont hij in Portugal. Hij is voorzitter van Themis, de stichting die opkomt voor de belangen van gedetineerden en ex-gedetineerden.

“Gevangenissen zijn altijd kut. Het maakt niet uit of je in Marokko zit met veertig man op een cel of hier. Elke gevangenis waar jij zit is de ergste.

Ik was zeventien toen ik voor het eerst in het Huis van Bewaring kwam. Zo’n ouderwetse koepelgevangenis. Als je daar binnen komt lopen, voel je je heel klein. Je schrikt. Maar het went. Later hoorde ik bij de topcriminelen van Nederland. In het Huis van Bewaring was ik altijd een van de bekendste gevangenen. Zodra ik ergens binnenkwam, kwam er altijd een bewaker naar me toe die vroeg of ik iets wilde. Want elke gevangenis en elk Huis van Bewaring heeft corrupte bewakers. Drank, biefstuk, drugs, ik kon het allemaal krijgen. Elke gevangenis heeft een levendige drugshandel. Ik heb wel eens uitgerekend dat er voor miljoenen euro´s aan drugs wordt verhandeld in de Nederlandse gevangenissen. Zo’n directeur laat dat toe, die vindt dat lekker rustig. En die bewakers nemen dat gewoon mee naar binnen. Normaal moet je vijf gram coke in een buisje in je kont mee naar binnen smokkelen. Als zo’n cipier dat voor je meeneemt, is dat natuurlijk veel makkelijker. Het enige wat zo´n directeur doet is om de twee weken een controle houden en wat mensen overplaatsen. Zelf ben ik ook zo vaak overgeplaatst. Een keer in Amsterdam. Kreeg ik te horen dat ik ergens anders heen moest omdat ik met een paar jongens had willen ontsnappen met een helikopter. Zeg ik tegen die gevangenisdirecteur: ‘Waarom heb ik dat dan niet gedaan?’ Zegt hij: ‘Omdat jullie ruzie kregen over wie er voorin mocht zitten’. Toen heb ik heel hard gelachen. Ik zei: ‘Eikel, als ik hier met een helikopter uit kan, dan maakt het mij niet uit of ik voor- of achterin zit.’

Ik was zeventien toen ik voor het eerst de gevangenis in ging. Ik was vijftig toen ik er voor de laatste keer uit kwam. Als ik mijn leven over zou mogen doen, dan zou ik het weer precies zo doen. Ik had die tijd in de gevangenis niet willen missen. Niet dat het leuk is in de gevangenis hoor, maar het is nou eenmaal mijn leven. Zo ben ik geworden wie ik ben. Als je ziet hoe ik hier woon aan de Algarve, dan heb ik het goed voor elkaar. Ik heb een kast van een huis, een zwembad van dertig meter, een tennisbaan en een visvijver. Ze zeggen dat misdaad niet loont, maar in mijn geval is dat wel zo.”

De bibliothecaris

Werkte tot voor kort in het Huis van Bewaring.

“In het Huis van Bewaring is iedereen onschuldig. Zo zit ons rechtssysteem nou eenmaal in elkaar. Zolang je niet veroordeeld bent, ben je niet schuldig. Eigenlijk is zo’n Huis van Bewaring net een dorp. Gedetineerden hebben gewoon een dagindeling. Ze slapen, werken, sporten en lopen elkaars cel in om een potje te kaarten. Ze mogen ook hun eigen kleren aanhouden. De gestreepte pakken en de ijzeren bal om de voet, die zijn uit.

Er is een hele strenge hiërarchie daarbinnen. Je hebt mensen met veel macht omdat ze gewend zijn om die macht af te dwingen of omdat ze bekend zijn. Er liep daar een man rond met een koningsketting die hij twee keer om zijn nek had geslagen en die op zijn navel hing. Anderhalve meter lang, vijf centimeter dik, 48 karaats goud. Daar koop je een huis voor. Als je dat om je nek hebt hangen en je bent een beetje fors, dan weet iedereen dat je daar niet voor winkeldiefstal zit.

Er is ook een strenge hiërarchie in daden. Die wordt bepaald door wat mensen gedaan hebben, of wat ze denken dat je gedaan hebt. Bovenaan in de hiërarchie heb je de zware jongens. Ver daaronder heb je de kleine jongens, de pillendraaiers. En dan heb je de witten-boordencriminelen. Die worden een beetje met rust gelaten, maar die voelen zich niet zo op hun gemak. Die komen dan ook niet vaak van hun cel af. Onderaan de ladder staan de kinderverkrachters. Tijdens het douchen worden ze vaak mishandeld. De bewakers kijken meestal de andere kant op omdat ze er zelf net zo’n hekel aan hebben. Daarom dat pedoseksuelen vaak zeggen dat ze voor belastingfraude zitten.

Vechtpartijen heb je elke dag. Je hebt daar zo’n driehonderd man tussen de muren zitten, dan krijg je vanzelf spanning. Het zijn ook nog eens allemaal mannen die last hebben van hun ego, veel baasjes. Zo’n vechtpartij kan om niks gaan. Zo van ‘jij hebt gisteren twee sigaretten van me geleend en die heb ik nog niet teruggekregen’. Hup op de vuist.

In de bibliotheek ontmoette ik een heleboel gevangenen. Daar zitten echt geweldige mensen tussen. Ze kunnen héél aardig zijn. Ook al heeft iemand iets rottigs gedaan, het is maar één aspect van hem. Maar je moet uitkijken voor contact. Je mag niks aannemen van gedetineerden, nog geen lucifer. Maar als je als gevangene flink gehaaid bent, kan je veel voor elkaar krijgen. Zo komt die contrabande binnen, geld, drugs, wapens, mobiele telefoons binnen. Vertelt zo’n man dat hij net getrouwd is en een baby thuis heeft. Dan is de verleiding groot om ook iets over je eigen privé-leven te vertellen. ‘Hoe heet je vrouw?’ vraag hij dan. Een paar dagen later zegt hij dat hij al zijn hele leven in Amsterdam woont. En waar jij dan woont. Als hij vervolgens weet hoe je heet, waar je woont en hoe je vriendin heet, dan heeft hij opeens heel veel om je te chanteren. Als je in de gevangenis gaat werken, word je daar stevig op getraind. Toch is alles wat er niet mag zijn, er allemaal. Dat komt binnen via corrupt personeel en via bezoek. Je hebt natuurlijk wel celinspecties, aangekondigd en onaangekondigd. Dan wordt je opeens van je bed gelicht en wordt je hele cel binnenstebuiten gekeerd. Maar alles wat buiten is, is ook binnen, behalve dan de vrijheid om eruit te gaan. Alleen een deel van het personeel, daarvan vraag je je af waarom zij ’s avonds wél naar huis mogen.”

Gerard Hamer, strafrechtadvocaat

“Een cliënt van mij laatst om half twaalf ’s nachts in het Huis van Bewaring van zijn bed gelicht terwijl hij met een blowtje in zijn ene hand en zijn mobiel in zijn andere zijn vriendin lag te bellen. En dan hebben we het over het Huis van Bewaring, hè. Daar zitten mensen in voorlopige hechtenis, met niet te veel vrijheden, want dat kan het onderzoek schaden. Die moeten geen vrij contact hebben met de buitenwereld.

In een andere zaak, een moordzaak, had de getuige twee maanden lang de beschikking over een mobiele telefoon die hij naar eigen zeggen voor achthonderd euro van een bewaarder had gekocht. De politie deed er niets tegen. Die belde die getuige gewoon op zijn eigen telefoon.

Als je mij vraagt hoe vaak komt het voor, ik heb geen idee. Als je mij vraagt de hoeveelste cliënt is het die je op zijn mobiel kan bellen, dan zeg ik de achtste of negende.

Het komt voor dat een klant zegt bel me maar op mijn 06-nummer. Maar dat doe ik nooit. Want ik vind dat je dat niet kan maken als advocaat. Maar de politie doet het wel. Dat wekt verbazing. Ik weet dat je de bajes niet helemaal dicht krijgt. De handel in verdovende middelen gaat soms gewoon driftig door vanuit het Huis van Bewaring. Maar een mobiel moet je toch wel met een metaaldetector kunnen vinden.

Als je mij vraagt hoe kan het dat er zoveel corruptie is in het Huis van Bewaring, dan zeg ik, ik heb geen benul. Een bolletje coke of hasj, daarvan begrijp ik dat je dat mee naar binnen kan smokkelen, maar zo’n telefoon is toch een stuk moeilijker. Ik weet niet of die bewaarders ook door een poortje moeten, maar bij mijn telefoon gaat dat poortje altijd piepen.”

Ine, moeder van een ex-gedetineerde

Richtte zes jaar geleden de Vereniging Relaties van Gedetineerden en Ex-Gedetineerden op.

“Ben ik de ideale moeder van Nederland? Nee, maar ik heb wel mijn best gedaan. Hoe kan het dan dat mijn eigen zoon in de gevangenis kwam? Wij hebben een veilig, hecht gezin. We hadden een boerderij met paarden, geen geld tekort. We zaten midden in het verenigingsleven, actief in de kerk. Johan had diploma’s, hij was niet verslaafd. Hij is een zonnekind en een zorgenkind, een prachtmens. Waar is het dan mis gegaan? Nu weet ik dat hij maar een klein boefje was, maar het begon al met 14 jaar. Dat komt als een bliksemschicht in je leven. Wij hebben onze kinderen toch niet gekregen om ze op te zoeken in de gevangenis?

En zij, in het Huis van Bewaring, moesten op mijn boevenjong passen. De verhoren waren over en hij mocht mij bellen. Of ik wat persoonlijke bezittingen wilde langsbrengen. Ik weet het heel zeker, het was een ring, een horloge, een gouden armbandje en een boek van Nico ter Linden. Deze moeder ging met de bus. Ik liep langs die hele lange gevangenismuur. Echt tranen, ze rolden over mijn wangen. Ik was zo verslagen. Die eerste gang naar het gevang was zo zwaar. Ik mocht hem niet zien, alleen die spullen afgeven. Ik denk dat het die moeder-kind-band is, maar ik zweefde langs die gevangenismuur. Toen kwam ik drie bewakers tegen. Je hebt bewaarders, maar je hebt ook bewakers. Geef mij de bewaarders maar, dat zijn vaders. Maar bewakers, ik geloof dat de oorlog voorbij is. Ik werd aangehouden en plots was ik een mevrouwtje. ‘Ik mocht dit afgeven’, zei ik, ‘dit is zijn nummer’. De middelste zegt: ‘geef maar aan ons, wij zorgen dat het op zijn plaats komt’. Ik dankte de hemel. Opgelucht ging ik weer naar huis.

Een week later belt mijn zoon. ‘Ja’, zeg ik, ‘ik heb het echt afgegeven’.

Weer ging er een week voorbij. Hij zei: ‘mam, ik heb het nog steeds niet’. Al snel zei hij: ‘de boel is hier zo corrupt als wat’. Maar hij heeft er werk van gemaakt. Op de videobanden van die dag was precies te zien welke bewakers mijn spullen aanpakten en die spullen zijn toen bij die bewakers thuis teruggevonden. Alleen het boek van Nico ter Linden is nooit meer terecht gekomen. Ik hoop dat iemand dat met veel plezier heeft gelezen.

Dat was mijn eerste kennismaking met het gevangeniswezen. En ik kan het rustig zeggen, want ik heb niets te verbergen. Ik heb het niet gedaan en ik heb het ook niet verzonnen.

Jaren later zette ik een advertentie in de krant, een hele kleine, onopvallende advertentie. Ik die zo wanhopig was, zo schuldig en zo verdrietig. Ben ik de enige radeloze moeder in Nederland vroeg ik me af. Melkbussen vol tranen heb ik gekregen, herkenning van vaders, moeders, oma’s, broertjes en zusjes. Zes jaar geleden heb ik toen de Vereniging Relaties van Gedetineerden en Ex-Gedetineerden opgezet. Ik werk met een heleboel vrijwilligers. Wachtlijsten hebben we niet en mensen uit het hele land en zelfs uit het buitenland kunnen bij ons terecht. Het liefst zou ik in elke gevangenis een spreekuur voor de familie hebben. Dan hoeven wij er niet te zitten, als ze onze praktische dingen maar overnemen. Wat doe je als je uit de gevangenis komt bijvoorbeeld. Ik zou minister Donner heel hard in zijn oor willen roepen, niet meer cellen, maar meer opvang. Het Huis van Bewaring, dat is het Nijenrode om een goede boef te worden.”

Door: Manon Sikkel

Image:

Ook gepubliceerd in: Het Parool 2004

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s